Deepskyfilters

Uit Astrowiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Breedbandfilters

Deze filters halen wat omgevingslicht (bijvoorbeeld straatlantaarns, maanlicht) weg, en verhogen het contrast iets.

Deze filters worden ook wel verkocht als 'light pollution filters'. Ze helpen wel een beetje tegen lichtvervuiling, maar verwacht geen wonderen (al willen sommige fabrikanten dat wel doen geloven).

Deze filters hebben bijvoorbeeld op M31 (de andromedanevel) geen positieve werking.

Er zijn momenteel twee duidelijke groepen:

Baader kwam ooit met een "Moon and Skyglow" filter. Ook straatlicht (nabij geel) is ermee weg gefilterd. Heel herkenbaar is de zeer grillige vorm van de lichtspectrum curve, maar het laat wel nog steeds veel door. Het is een allround contrast filter. Daarom is het filter niet alleen voor deepsky objecten. Vele merken hebben dit ondertussen al gekopieerd, en soms met een andere naam, bvb. bij Omegon noemt het "Skylum" of zelfs "Nevel/Pollutie". Baader heeft ook een "Contrast Booster", maar het verschilt niet zoveel (enkel in violet).

De tweede groep is het meest gekend, de CLS filters (city light suppression). Als belangrijkste laat het enkel de golflengten door vanaf ongeveer 450nm tot 540nm (deze brede bult is steeds goed te herkennen op de spectrum curve), en dit is ideaal voor deepsky objecten. Straatlicht (een groot stuk nabij geel) is alvast ook weg gefilterd. Deepsky (en kometen) worden hierdoor beter vindbaar (bij zwakke objecten) of contrastrijker (bij heldere objecten). Lumicon was ooit gekend met hun "Deepsky" filter. Momenteel maken heel wat merken deze CLS filters, soms met hun eigen naam, Orion bvb. noemt het een "Skyglow" filter, verwar het dus niet met het filter uit de eerste groep.

Smalbandfilters

Ook wel genoemd: UHC, OIII, H-Beta. Deze filters laten alleen een heel dun bereik van golflengtes door. Vooral planetaire nevels, en bijvoorbeeld de orionnevel reageren fantastisch op OIII filters. De achtergrond verdwijnt vaak, sterren worden troebel. Maar de nevel steekt er bovenuit.

UHC (ultra high contrast) filtert het minst, dit is aan te raden als beginners/startersfilter. Mag eigenlijk niet ontbreken in je basisuitrusting! OIII laat bij veel planetaire/emissie nevels een sterker contrast zien. Is wat specifieker en wat 'nauwer'. H-Beta is een specifiek filter voor een handvol objecten: de paardenkopnevel, California-nevel zijn de meest bekende toepassingsgebieden.

Er zijn dus 3 belangrijke groepen:

OIII filters: concentreren zich op de golflengtes 496nm en 501nm.

H-Beta filters: concentreert zich op de golflengte 486nm.

UHC filters: het bereik is ietsje breder, maar het bevat ook het bereik van de OIII en van de H-Beta. Voor objecten waar de lichtdoorlaat niet zo nauw mag zijn.

Opvallend is het handjevol objecten waar een H-Beta filter ineens uitstekend presteert, terwijl een UHC er toch nog steeds moeite mee heeft. Daarentegen zijn de specifieke OIII objecten alvast ook al goed te zien met een UHC.

Enkele leveranciers van filters zijn: Astronomik, Meade, Baader-Planetarium, Lumicon, Orion, Thousand Oaks, IDAS.

Opgepast, Orion noemt zijn UHC filter een "UltraBlock" filter.

Daarnaast is er ook nog een Swan Band Comet filter. Bedenk wel dat deze enkel de gas gedeelten van een komeet beter laat zien.

--Nop 10 nov 2006 10:57 (CET)