Zonnestelsel waarnemen: verschil tussen versies

Uit Astrowiki
Ga naar: navigatie, zoeken
k (Mars)
k (Details op Jupiter)
Regel 118: Regel 118:
 
Het '''Wolkendek''' toont in een grote kijker dusdanig veel detail dat het overweldigend is. Allemaal verschillende wolkenbanden, krullen, vlekken en strepen zijn zichtbaar. Helaas zijn deze details vrij genuanceerd en lijdt de waarneming onder een laag contrast. Dit kan 'opgelost' worden door langzaam te knipperen met het waarneemoog. Dit brengt de details meer naar voren. Een kleurfilter kan ook wel eens helpen, men moet dan een filter kiezen dat juist ''niet'' de kleur heeft van de details die men naar voren wil halen.  
 
Het '''Wolkendek''' toont in een grote kijker dusdanig veel detail dat het overweldigend is. Allemaal verschillende wolkenbanden, krullen, vlekken en strepen zijn zichtbaar. Helaas zijn deze details vrij genuanceerd en lijdt de waarneming onder een laag contrast. Dit kan 'opgelost' worden door langzaam te knipperen met het waarneemoog. Dit brengt de details meer naar voren. Een kleurfilter kan ook wel eens helpen, men moet dan een filter kiezen dat juist ''niet'' de kleur heeft van de details die men naar voren wil halen.  
  
Een ander opvallend detail in het wolkendek is de '''Grote rode vlek'''. In een kleinere kijker kan deze soms wat lastig zichtbaar zijn, maar een hint ervan is altijd wel zichtbaar. Soms kan men de vlek net 'om het hoekje' zien komen. Als Jupiter dan een paar uren later nog eens bekeken wordt is de vlek duidelijk verschoven over de schijf. De vlek trekt tegen de rotatierichting van Jupiter in en doet ongeveer 6 dagen over een volledige ronde. De vlek is hierdoor langere tijd zichtbaar op 1 avond. Andere details verschuiven door de rotatie van 10 uur aardig snel. Er is elke keer dus weer wat nieuws te zien. Een aantal jaren terug was er ook een Grote witte vlek zichtbaar. Dit was een storm die zich had gevormd uit 3 kleinere stormen. Helaas is deze storm weer opgelost en niet meer zichtbaar, maar wie weet wat er zich de komende jaren nog gaat ontwikkelen in het dichte wolkendek van de planeet.  
+
Een ander opvallend detail in het wolkendek is de '''Grote rode vlek'''. In een kleinere kijker kan deze soms wat lastig zichtbaar zijn, maar een hint ervan is altijd wel zichtbaar. Soms kan men de vlek net 'om het hoekje' zien komen. Als Jupiter dan een paar uren later nog eens bekeken wordt is de vlek duidelijk verschoven over de schijf. Andere details verschuiven door de rotatie van 10 uur ook aardig snel, maar zijn minder goed herkenbaar. Er is elke keer dus weer wat nieuws te zien. Een aantal jaren terug was er ook een Grote witte vlek zichtbaar. Dit was een storm die zich had gevormd uit 3 kleinere stormen. Helaas is deze storm weer opgelost en niet meer zichtbaar, maar wie weet wat er zich de komende jaren nog gaat ontwikkelen in het dichte wolkendek van de planeet.  
  
Soms is het ook mogelijk dat een maantje voor de planeet passeert. Dit is alleen in een voldoende grote kijker te zien. De '''maanschaduw''' die eventueel ook zichtbaar is, is vanwege het contrast met de wolkenbanden in een kleinere kijker wel zichtbaar.
+
Soms is het ook mogelijk dat een maantje voor de planeet passeert. Dit is alleen in een voldoende grote kijker te zien. De '''maanschaduw''' die eventueel ook zichtbaar is, is vanwege het contrast met de wolkenbanden in een kijker vanaf 8cm al zichtbaar.
  
 
Een heel enkele keer stort er een komeet of ander object op de planeet neer. Dit was in 1994 het geval toen de komeet Schoemaker-Levy 9 zich in de atmosfeer stortte. Door de gigantische energie en hoge druk in de Jupiteratmosfeer gaat dit gepaard met geweldige explosies. Deze explosies laten duidelijk donkere vlekken achter in de atmosfeer, die met het verstrijken van weken weer oplossen. In juli 2009 was het nog een keer zover. Toen wist men niet vantevoren dat er een inslag plaats zou vinden. Het is daarom lastig te voorspellen wanneer een volgende inslag plaats zal vinden. Als je toevallig het geluk hebt naar Jupiter te kijken tijdens een inslag dan zul je die zeker niet missen. Wil je de donkere vlekken in de atmosfeer waarnemen, dan heb je een iets grotere kijker nodig, maar door het hoge contrast is een 20cm kijker ook wel voldoende. Het is dan wel even goed plannen, want door de rotatie is de vlek niet elke dag even goed zichtbaar.
 
Een heel enkele keer stort er een komeet of ander object op de planeet neer. Dit was in 1994 het geval toen de komeet Schoemaker-Levy 9 zich in de atmosfeer stortte. Door de gigantische energie en hoge druk in de Jupiteratmosfeer gaat dit gepaard met geweldige explosies. Deze explosies laten duidelijk donkere vlekken achter in de atmosfeer, die met het verstrijken van weken weer oplossen. In juli 2009 was het nog een keer zover. Toen wist men niet vantevoren dat er een inslag plaats zou vinden. Het is daarom lastig te voorspellen wanneer een volgende inslag plaats zal vinden. Als je toevallig het geluk hebt naar Jupiter te kijken tijdens een inslag dan zul je die zeker niet missen. Wil je de donkere vlekken in de atmosfeer waarnemen, dan heb je een iets grotere kijker nodig, maar door het hoge contrast is een 20cm kijker ook wel voldoende. Het is dan wel even goed plannen, want door de rotatie is de vlek niet elke dag even goed zichtbaar.

Versie van 19 sep 2010 om 11:17

Inleiding

Als beginner zijn de planeten een goed uitgangspunt om verder bekend te raken met de hobby. Zelfs zonder enige ervaring weet een leek de maan wel te vinden met een telescoop. Dit komt omdat de maan door zijn grootte en helderheid nooit te missen is.

Na de maan wordt het echter een klein beetje ingewikkelder. De maan zien we na 2 weken afwezigheid elke keer weer terugkomen. Bij planeten duurt het allemaal wat langer. Ze staan stukken verder van de aarde en als ze niet zichtbaar zijn kan het maanden duren voordat ze weer zichtbaar worden. Als ze zichtbaar zijn is het ook nog maar de vraag hoe goed ze zichtbaar staan. Mars is bijvoorbeeld slechts 1 keer in de 2 jaar goed zichtbaar. Jupiter staat op dit moment erg laag en lijdt onder slechte seeing. Saturnus toont de komende jaren geen ringen en is stukken minder spectaculair.

De planeten die al sinds de oudheid bekend zijn (Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus) zijn visueel makkelijk te vinden en toonden hun ware aard toen men hun positie t.o.v. de sterren ging vastleggen. Het bleek dat deze planètai (zwervenden) van positie veranderden. Zo concludeerde men dat het hier niet om sterren kon gaan. Omdat deze toch vaak heldere 'sterren' soms aanzienlijk bewogen dichtte men hun goddelijke eigenschappen toe.

De geoefende waarnemer die een beetje wegwijs is met de sterrenbeelden zal op een heldere avond vrij snel een 'nieuwe' heldere ster opmerken in een sterrenbeeld. De geboorte van een nieuwe ster is uiteraard mogelijk(hoewel dit nog nooit is waargenomen) maar logischer is een planeet die zijn rondje om de zon maakt. Hoe verder een planeet van de aarde staat, des te langzamer dwaalt de planeet tussen de sterren door.

De verandering van de planeten aan de hemel is voor de waarnemer op aarde ook prima te volgen met het verloop van de jaren. Jupiter doet bijna 12 jaar om zijn rondje om de zon. Dit wil dus zeggen dat Jupiter vanaf de aarde gezien elk jaar ongeveer 1 sterrenbeeld opschuift. Jupiter staat in 2009 in Steenbok en volgend jaar in Waterman en daarna in Vissen enzovoort. Saturnus doet meer dan 2x zo lang over een omwenteling om de zon. De verschuiving van Saturnus aan de hemel zal elk jaar dus minder dan 1/2e van de verschuiving van Jupiter zijn. Ruwweg zal saturnus zich elke 2 jaar in een volgend sterrenbeeld bevinden. Uranus en Neptunus doen nog eens vele malen langer over een omwenteling om de zon. Zij bevinden zich dan ook vele jaren in hetzelfde sterrenbeeld. Vanwege onze positie op aarde zijn sommige sterrenbeelden gunstiger dan andere waar te nemen. Ze komen veel hoger aan de hemel. Staat een planeet ongunstig dan hangt het af van de omlooptijd en huidige sterrenbeeldpositie of ze in de volgende jaren gunstiger of misschien zelfs nog ongunstiger komen te staan. De wintersterrenbeelden waar de ecliptica doorheen trekt zijn in Nederland gunstig(mede ook doordat het dan donkerder is), de zomersterrenbeelden (met ecliptica) ongunstig.

Uranus en Neptunus zijn alleen met een verrekijker zichtbaar en Pluto (die eigenlijk geen planeet meer is) alleen met een grote telescoop.

Enkele begrippen

De introductie van enkele begrippen is onontkoombaar. Als men deze begrippen kent en begrijpt zullen veel zaken m.b.t. planeten een stuk duidelijker zijn. De begrippen zijn echter niet noodzakelijk voor het waarnemen van de planeten. Iemand die een afschuw heeft voor theorie kan gerust deze alinea overslaan. De rest van het artikel beschrijft de praktische kant van het waarnemen van planeten en verhaalt vooral over wat er te zien is.

Ecliptica

De redelijk horizontale stippellijn geeft de ecliptica aan

De ecliptica is de schijnbare baan van de Zon aan de hemel gezien vanaf de aarde. Omdat de planeten een bijproduct zijn van de relatief platte draaiende stofschijf die de vorming van de Zon tot gevolg had bevinden zij zich in hetzelfde vlak als de Zon. De maan en de planeten zullen dan (grotendeels) de baan van de zon aan de hemel volgen.

De ecliptica loopt door de 12 sterrenbeelden van de Dierenriem. In de zomer staat de zon hoog aan de hemel. Dit wil zeggen dat een groot deel van de ecliptica overdag zichtbaar is. Hieruit is direct af te leiden dat de rest van de ecliptica die overdag niet zichtbaar is 's nachts zichtbaar is. Omdat het hier nog maar om een klein deel gaat, zal het hoogste punt van de ecliptica niet heel hoog aan de hemel staan. In de zomer vinden we de maan 's nachts daarom laag aan de hemel (overdag staat hij natuurlijk wel hoog). In de winter komt de zon in Nederland niet heel hoog boven de horizon. Dit wil zeggen dat een klein deel van de ecliptica zichtbaar is. 's Nachts is het grootste deel van de ecliptica dus zichtbaar. Het hoogste punt van de ecliptica is daardoor hoog aan de hemel te vinden. Als er een maan zichtbaar is, staat die 's nachts hoog aan de hemel (en overdag natuurlijk laag).

Planeten volgen net als de maan de baan van de zon. Het hangt er dus vanaf in welk jaargetijde een planeet zichtbaar is of de planeet hoog of laag aan de hemel zal staan. Omdat we planeten bijna uitsluitend in de nacht waarnemen kan worden gesteld dat als een planeet in de zomer zichtbaar is, deze laag aan de hemel zal staan. Is een planeet in de winter zichtbaar, dan zal deze hoog aan de hemel staan.

Oppositie

Als planeten zich toevallig in dat gedeelte van de hemel bevinden waar de zon staat zijn ze niet zichtbaar omdat ze wegvallen in de schemering of het daglicht. Planeten zijn dus het best waarneembaar als ze verlicht worden door de zon, maar dat ze zichtbaar zijn vanaf de onverlichte kant van de aarde. Dit is het geval als de zon, aarde en planeet(in die volgorde) zich op een rechte lijn t.o.v. elkaar bevinden. De aarde en de planeet worden tegelijk verlicht, maar omdat de waarnemer zich op de onverlichte kant van de aarde bevindt is de planeet maximaal verlicht als het donker is. Dit wordt oppositie genoemd.

Voor de buitenplaneten, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus geldt ook dat het niet zozeer de buitenplaneet is die zorgt voor de samenstand van zon-aarde-planeet maar eerder de aarde zelf. Omdat de baan van de aarde veel kleiner is dan die van de buitenplaneten is zij voor een groter deel verantwoordelijk voor de verschuiving van de visuele locatie van de buitenplaneten aan de hemel. Rondom oppositie haalt zij zelfs de buitenplaneet in. De planeet lijkt hierdoor een slingerbeweging aan de hemel te maken. Hoe verder de planeet weg staat van ons, des te kleiner de slingerbeweging.

Elongatie en Conjunctie

De visuele afstand van planeten tot de zon (aangegeven met stip met cirkel eromheen)

Het begrip elongatie heeft betrekking op de visuele afstand tussen de planeet en de zon aan de hemel gezien vanaf de aarde.

Staat de planeet op de minimale visuele afstand van de zon dan spreken we van conjunctie. De planeet staat op een lijn: aarde-zon-planeet. De planeet is weliswaar 100% verlicht, maar het licht van de planeet wordt overschaduwd door het zonlicht.

De maximale elongatie bedraagt 180 graden omdat de hemel een cirkel van 360 graden voorstelt. Beweegt de planeet voorbij het punt dat het verste van de zon af ligt (180 graden), dan nadert hij de zon weer en wordt de elongatie minder. Als de planeet zich op de grootste elongatie bevindt spreken we van oppositie.

Maar zoals hierboven genoemd staan de binnenplaneten (Mercurius en Venus) nooit op een lijn: Zon-Aarde-Planeet. Dit komt doordat hun baan binnen de baan van de aarde ligt. Dit zorgt voor wat problemen bij het waarnemen.

Als de binnenplaneet het dichtst bij de aarde staat (rechte lijn bestaande uit: Zon, planeet, aarde), dan kijken we achterop het onverlichte gedeelte van de planeet en vanaf de aarde tegen de zon in, de planeet is dus niet zichtbaar(in theorie kan men een ring aan de hemel zien, maar deze is niet vaak zichtbaar). We spreken in dat geval van benedenconjunctie.

Voor zowel de binnenplaneten als de buitenste planeten geldt dat ze zich op de lijn: aarde-zon-planeet kunnen bevinden. Dit wordt bovenconjunctie genoemd. Ze zijn dan overdag zichtbaar in nabijheid van de zon. 's Nachts zijn ze vanzelfspreken niet waarneembaar omdat de zon ook niet meer op is. Venus haalt een maximale elongatie van 50 graden vanaf de zon, Mercurius komt niet verder dan 30 graden. De overige planeten zijn natuurlijk niet gebonden aan een maximum. Zij kunnen elke elongatie van 0 tot (-)180 graden bereiken. Op momenten van maximale elongatie zijn de binnenplaneten het beste zichtbaar en dan met name als ze zich het dichtst bij de aarde bevinden, dus nabij hun benedenconjunctie. Hun grootte aan de hemel is dan aardig groot, maar we kijken tegen een deels overlichte schijf aan. In bovenconjunctie zijn de planeten ook zichtbaar, procentueel meer verlicht, maar ze staan dan een stuk verder weg, waardoor het planeetschijfje erg klein wordt.

Na het lezen van dit stukje is het niet de bedoeling dat men denkt dat bij elke benedenconjunctie de planeet voor de zon langstrekt en de zon bij elke (boven)conjunctie de planeet bedekt. Er wordt wel gesproken van de 'lijn' aarde-planeet-zon of aarde-zon-planeet maar hierbij speelt de inclinatie van de baanvlakken een rol. Op het plaatje van de elongatie zie je als je goed kijkt ook dat het stipje van de planeet zich niet precies op de ecliptica bevindt. Alleen als de planeet toevallig op een punt in de omloop om de zon staat waarbij hij zich precies op de ecliptica, zal er een bedekking plaatsvinden.

Zon

Zie artikel: Veilig waarnemen van de zon

Mercurius

Mercurius staat nooit ver van de zon. De planeet is het felste in bovenconjunctie, hij wordt dan maximaal verlicht en haalt een magnitude helderder dan -1. In benedenconjunctie is de planeet een stuk lastiger visueel te zien met een magnitude van +2. De schemering helpt hier ook niet bij net als de lage stand aan de hemel. Vrij zicht op de horizon is een vereiste. Door een telescoop is veel vergroten ook geen optie omdat het licht een zeer lange weg door de atmosfeer aflegt met als gevolg slechte seeing door smog en verschillen in temperatuur. Het beste is het object visueel of met een verrekijker te spotten.

Overdag kan Mercurius weliswaar gevonden worden, maar door de nabijheid van de zon is het vragen om problemen zou men per ongeluk de telescoop aanstoten en in de zon kijken.

Het makkelijkste is Mercurius visueel te vinden als er sprake is van een samenstand met een andere planeet of de maan.

Venus

Als Venus boven de horizon staat is deze eigenlijk niet te missen. Veel mensen valt deze heldere ster 's avonds of 's ochtends op maar weten dan niet dat het om Venus gaat. Het is de helderste planeet aan de hemel, ruim helderder dan de felste ster. Als je dat weet hoef je geen kennis te hebben van de positie van Venus om deze als zodanig te herkennen. Het wolkendek reflecteert een zeer groot deel van het zonlicht wat leidt tot een magnitude van -4 of groter. In een 13 cm telescoop straalt Venus al dusdanig fel, dat men de neiging krijgt een maanfilter in te zetten.

Details op Venus

Als binnenplaneet gaat Venus net als Mercurius door fasen. Staat de planeet het dichtst bij de aarde dan is deze aardig groot, maar enkel als sikkel zichtbaar. Gaat de planeet richting bovenconjunctie dan wordt hij stukken kleiner maar wel meer verlicht.

Helaas is er van details op Venus geen sprake. Dit is best jammer aangezien de planeet wat betreft grootte groter wordt dan Jupiter. Zouden we geen wolkendek hebben dan konden we genieten van allerhande details die onder het wolkendek verborgen gaan. Van het wolkendek zelf is niet veel te zien. Er zijn geen details in waar te nemen. Met een webcam en UV filter willen nog wel eens wolkenbanden zichtbaar worden maar voor visueel waarnemen heeft Venus anders dan de fasen niet veel te bieden.

Door de grote helderheid van Venus kan deze planeet makkelijk overdag met het blote oog gevonden worden bij heldere hemel. Alhoewel makkelijk... Eigenlijk is hij niet te missen, als je weet waar je moet kijken. Een samenstand met de maan helpt hierbij. Overdag is Venus met een telescoop ook goed te bekijken. Je kunt dan wederom kijken naar de fase, maar daar blijft het ook bij.

Maan

De maan is eigenlijk geen planeet, maar wordt toch in dit artikel opgenomen omdat het ook een dankbaar object is voor de amateur astronoom (als deze niet als voornaamste interesse deep-sky heeft). In kijkers boven de 13cm is het noodzakelijk om een maanfilter te gebruiken bij waarnemingen, anders straalt de maan onplezierig fel in het oculair.

Details op de maan

Met het blote oog valt natuurlijk als eerste de fase van de maan op. De terminator is de overgang tussen het verlichte en onverlichte gedeelte. Als de maansikkel heel smal is is het mogelijk dat het asgrauwe schijnsel zichtbaar wordt. Dit is prima te bekijken met het blote oog. Zonlicht weerkaatst op de aardatmosfeer en verlicht dan het onverlichte deel van de maan een beetje waardoor niet alleen de sikkel maar ook de rest van de maan (zwak) zichtbaar is.

Na de fase vallen de donkere gedeelten op de maan natuurlijk als eerste op, de zogenaamde zeeën. Deze zijn het resultaat van afgekoelde lava die uit het binnenste van de maan stroomde toen deze nog vloeibaar was. Pakt men de verrekijker erbij of een telescoop, dan vallen de kraters direct op. Ze zijn er in alle soorten en maten. Nabij de terminator zijn details in de kraters door schaduwwerking het duidelijkst te zien. Vanuit sommige kraters zijn ook hele lange witte stofstrepen zichtbaar. Deze zijn het beste zichtbaar bij een volle maan.

Misschien nog wel mooier dan de kraters zijn de gebergtes op de Maan. Ze zijn in tegenstelling tot de bergen op de aarde niet zo heel hoog, maar halen soms wel hoogten van meer dan 2000 meter. Het kan daardoor voorkomen, dat het onderste gedeelte van de berg nog in de schaduw ligt terwijl de toppen wel door de zon worden belicht. Dit geeft een zeer mooi effect in een oculair.

Ongeveer 2 keer per jaar wordt de maan verduisterd door de schaduw van de aarde. Helaas is dit niet zo spectaculair als een zonsverduistering. Het duurt een aantal uur voordat de maan maximaal in de schaduw van de aarde staat, er wordt dan een rode schijn zichtbaar op de maan, veroorzaakt door licht dat door de aardatmosfeer de maan bereikt. Wat wel mooi is, is het verdwijnen van het laatste stukje verlicht deel van de maan als ook het weer verschijnen van dit eerste stukje verlichte maan. Dit is het beste te volgen met een telescoop, maar voor de rest van het waarnemen heeft men voldoende aan een verrekijker of het blote oog.

Voor meer gedetailleerd overzicht van details op de maan kan men terecht op [1]

Mars

Mars zoals deze in een 25 cm of groter zichtbaar kan zijn tijdens zeer goede seeing (hij is dan wel kleiner). Mare Acidalium is duidelijk zichtbaar.

Mars spreekt met zijn rode kleur aardig tot de verbeelding. In de telescoop wil dit nogal eens tegenvallen. Mars heeft een diameter die net iets meer is dan de helft van de diameter van de aarde. Ook is de afstand van de aarde tot Mars op het verste punt 7x zo groot als op het kleinste punt. Een jaar op Mars duurt 686 dagen. Dit wil zeggen dat de Aarde 1.88x rond is gegaan in de tijd dat Mars rond de zon is gegaan. Het duurt daardoor altijd meer dan een jaar voordat Mars weer goed zichtbaar is, omdat de planeet na 1 aardomloop te ver weg staat voor gedetailleerde waarnemingen. Hoe groter de telescoop hoe beter, want vergroten boven de 500x is nodig om een duidelijk bolletje met details te zien. Helaas blijft dit bolletje altijd erg klein. Alleen tijdens een goede oppositie waarbij de afstand tussen aarde en mars zo klein mogelijk is komt het bolletje in de buurt van de grootte van de Saturnusschijf. De rest van de tijd is het bolletje eigenlijk te klein voor gerichte waarnemingen en maar marginaal groter dan Uranus die veel verder weg staat.

Details op Mars

Als men dan toch eindelijk een moment heeft waarop Mars dichtbij staat en de vergroting hoog genoeg is zijn toch wel degelijk details op Mars te zien. Een deel van het oppervlakte op Mars is duidelijk donkerder gekleurd dan de rest, maar de grootte van dit donkere gedeelte wil ook nog wel eens veranderen. Veel spectaculaire details zoals de hoge vulkanen of Vallis Marineris zijn niet zichtbaar omdat Mars bijna altijd compleet verlicht is. Er zijn dus geen duidelijke schaduwen zichtbaar, waardoor deze relatief kleine details nauwelijks waarneembaar zijn. Afhankelijk van de kant van Mars die naar de aarde gericht is zijn grotere details wel zichtbaar.

Van Oost naar West:

  • Brede horizontale streep met aanhangsel

Het aanhangsel is Syrtis Major. Het is 1500km lang en 1000 km breed en duidelijk zichtbaar in een telescoop. Onder de brede horizontale streep ligt Hellas Planitia. De grootste inslagkrater van Mars met een doorsnede van 2300km en diepte van 9km. Deze is onder goede omstandigheden herkenbaar aan zijn wat lichtere kleur en mooi ronde vorm.

  • Vanaf Syrtis Major blijft aan de zuidkant van de planeet een donkere lijn zichtbaar. Aan de noordpool vervaagt dit donkere gedeelte langzaam.

Naarmate de marsbol verder draait wordt Mare Acidalium duidelijk zichtbaar. Dit is een gebied vergelijkbaar met Syrtis Major. Het ligt ongeveer 90 graden verder op de Marsbol, maar dan aan de andere poolzijde en is wat breder en meer ruitvorming. Precies ertegenover ligt aan de noordzijde Mare Erythraeum en Aurorea Sinus. Deze zijn vrij duidelijk zichtbaar, ook in de wat kleinere telescopen. De 2 gebieden staan vooral bekend om de vele puntige uitlopers die pas zichtbaar worden bij zeer goede seeing en grote instrumenten. Tussen deze twee gebieden ligt Chryse een ander oude inslagkrater. Ongeveer op het midden van de planeetbol loopt een uitloper over in Vallis Marineris. Een gigantische canyon van wel 4000 kilometer lang en 100-600km breed met een diepte tot 3km.

  • Van hier af vervaagt de donkere kleur aan de noordkant van de planeet weer en men kijkt dan op het gedeelte waar de 4 grote schildvulkanen van Mars zich bevinden. De grootste is Olympus Mons met een hoogte van meer dan 26km boven de omliggende vlakten. De basis van deze vulkaan is zo'n 600 km in doorsnee. Ten oosten van deze gigant zijn Ascreaus Mons, met 17km hoogte ook geen kleine jongen, Pavonis Mons, 12km, en Arsia Mons 17km zichtbaar. De vulkanen zijn eigenlijk niet kleiner dan Olympus Mons maar hebben gewoon meer Lava uitgespuwd en lijken daardoor minder hoog te zijn vergeleken met de lavavlakte om hen heen. Visueel zijn deze vulkanen zeer lastig zichtbaar, maar soms zijn er wolken boven hun toppen zichtbaar als witte vlekjes.
  • Aan de zijkant van de planeet ziet men dan weer een langgerekte donkere horizontale streep

Deze streep bestaat uit Mare Sirenum en Mare Cimmerium en loopt weer over in het donkere gedeelte van naar Syrtis Major dat dan nog niet in beeld is.

In sommige gevallen is afhankelijk van het seizoen op de planeet de poolkap zichtbaar op Mars. Deze heeft een wit/blauwe kleur.

Een aantal jaren terug was er sprake van stofstormen op Mars. Er waren toen nauwelijks details op de planeet te zien, alles was een bruine vlek. Gelukkig is het stof weer gaan liggen en kunnen we weer details op Mars ontwaren.

Meer details op: [2]. Een mooie kaart met alle benamingen van zichtbare delen vind je op: [3]

Marsmanen

Phobos en Deimos zijn eigenlijk geen echte manen, maar gevangen asteroïden. Phobos is 13km lang op het langste punt, Deimos haalt slechts 8 km. Gemiddeld is Phobos van magnitude +11.3, Deimos van magnitude +12.4. Doordat de maantjes een baan om Mars hebben van respectievelijk 9000 en 23000 km staan ze heel storend dicht bij Mars. Deimos is ondanks zijn lagere oppervlaktehelderheid door de grotere afstand van Mars beter te zien. Een grote telescoop is wel een vereiste. Bij voorkeur groter dan 10". Leuk voor de statistieken, maar visueel oninteressant.

Uiteindelijk zullen de 'maantjes' op Mars neerstorten, maar dit duurt nog wel even.

Jupiter

Jupiter met maanovergang (schaduw) en rechtboven de GRS

Jupiter is de grootste planeet van het zonnestelsel. In het oculair doet hij die reputatie ook eer aan. In elke kijker is Jupiter een spectakel, daarom wordt hij ook wel de beginnerplaneet genoemd. Een vergroting boven de 300x is onnodig omdat de planeet door zijn nog relatieve nabijheid dan al een grote bol wordt. Voor een dergelijke vergroting is een 15cm kijker al voldoende maar zijn de details nog niet heel duidelijk zichtbaar. In een 13cm kijker moet men het doen met 3-5 wolkenbanden en de grote rode vlek. Maanovergangen zijn ook al goed zichtbaar. In een 7cm kijker of vergelijkbaar zijn enkel de twee donkerste wolkenbanden zichtbaar. De komende jaren komt Jupiter steeds hoger aan de hemel te staan, het wordt dus smullen geblazen. In 2009 staat jupiter nog een beetje ongunstig in de steenbok, maar dat is al beter dan vorig jaar.

Details op Jupiter

Het Wolkendek toont in een grote kijker dusdanig veel detail dat het overweldigend is. Allemaal verschillende wolkenbanden, krullen, vlekken en strepen zijn zichtbaar. Helaas zijn deze details vrij genuanceerd en lijdt de waarneming onder een laag contrast. Dit kan 'opgelost' worden door langzaam te knipperen met het waarneemoog. Dit brengt de details meer naar voren. Een kleurfilter kan ook wel eens helpen, men moet dan een filter kiezen dat juist niet de kleur heeft van de details die men naar voren wil halen.

Een ander opvallend detail in het wolkendek is de Grote rode vlek. In een kleinere kijker kan deze soms wat lastig zichtbaar zijn, maar een hint ervan is altijd wel zichtbaar. Soms kan men de vlek net 'om het hoekje' zien komen. Als Jupiter dan een paar uren later nog eens bekeken wordt is de vlek duidelijk verschoven over de schijf. Andere details verschuiven door de rotatie van 10 uur ook aardig snel, maar zijn minder goed herkenbaar. Er is elke keer dus weer wat nieuws te zien. Een aantal jaren terug was er ook een Grote witte vlek zichtbaar. Dit was een storm die zich had gevormd uit 3 kleinere stormen. Helaas is deze storm weer opgelost en niet meer zichtbaar, maar wie weet wat er zich de komende jaren nog gaat ontwikkelen in het dichte wolkendek van de planeet.

Soms is het ook mogelijk dat een maantje voor de planeet passeert. Dit is alleen in een voldoende grote kijker te zien. De maanschaduw die eventueel ook zichtbaar is, is vanwege het contrast met de wolkenbanden in een kijker vanaf 8cm al zichtbaar.

Een heel enkele keer stort er een komeet of ander object op de planeet neer. Dit was in 1994 het geval toen de komeet Schoemaker-Levy 9 zich in de atmosfeer stortte. Door de gigantische energie en hoge druk in de Jupiteratmosfeer gaat dit gepaard met geweldige explosies. Deze explosies laten duidelijk donkere vlekken achter in de atmosfeer, die met het verstrijken van weken weer oplossen. In juli 2009 was het nog een keer zover. Toen wist men niet vantevoren dat er een inslag plaats zou vinden. Het is daarom lastig te voorspellen wanneer een volgende inslag plaats zal vinden. Als je toevallig het geluk hebt naar Jupiter te kijken tijdens een inslag dan zul je die zeker niet missen. Wil je de donkere vlekken in de atmosfeer waarnemen, dan heb je een iets grotere kijker nodig, maar door het hoge contrast is een 20cm kijker ook wel voldoende. Het is dan wel even goed plannen, want door de rotatie is de vlek niet elke dag even goed zichtbaar.

Jupitermanen

De grootste 4 manen van Jupiter zijn zelfs in een bouwmarkt refractortje te zien, zo helder zijn ze. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat men een dergelijk instrument moet kopen. Als de kijker groot genoeg is om boven de 500x te vergroten kan men de maantjes zelfs als kleine bolletjes zien. Ze tonen ook duidelijk verschillende kleuren die variëren van geel tot blauwpaars. Door de rechte stand van Jupiter op het baanvlak van de zon trekken de maantjes vaak over de bol van Jupiter. Dit is altijd een spektakel en kan in een middelgrote kijker al goed gevolgd worden. De zwarte schaduw is altijd wel zichtbaar en in 20+cm kijkers kan je het maanbolletje ook over de planeet zien trekken.

Ganymedes is de grootste maan van het zonnestelsel. Hij is groter dan Titan en niet eens zoveel kleiner dan Mars. Met een magnitude van +4.6 is het zelfs een blote oog object, maar alleen als hij ver genoeg van de planeet staat. Callisto is de andere reus van de Jupitermanen en na Ganymedes en Titan de 3e grootste van het zonnestelsel. Hij is in grootte nèt iets kleiner dan Mercurius maar door zijn donkere oppervlakte met +5.8 de zwakste van de 4 manen. Het is de buitenste maan van de 4 grote Jupitermanen en daardoor nog steeds in elke kijker zichtbaar.

De twee binnenste maantjes zijn Io en Europa. Io heeft een magnitude van +5.0 en Europa haalt +5.3. Ondanks hun relatieve nabijheid tot Jupiter (421.000 en 671.000 km) zijn ze nog steeds makkelijk zichtbaar in elke kijker en soms met het blote oog.

Jupiter heeft ook nog kleinere maantjes. Dit zijn waarschijnlijk ook gevangen asteroïden of kometen. De maantjes zijn helaas niet zichtbaar met een amateur-telescoop vanaf de aarde.

Saturnus

Saturnus met 3 maantjes

De meeste beginners die Saturnus voor het eerst zien reageren met: "Wat is hij klein". Dit is echter niet zo vreemd. De planeet staat bijna 2x zover weg als Jupiter. Ook al is de planeet niet veel kleiner dan Jupiter, de afstand zorgt ervoor dat een fiks grotere vergroting nodig is om Saturnus groot in beeld te krijgen. Vanaf zo'n 250x en liever 400x wordt het pas echt interessant, maar in een grote kijker zoals een 12" Dobson of C14 zijn vergrotingen tot 600x makkelijk mogelijk. Dan komt de planeet pas echt tot zijn recht. In een kleinere kijker wordt de planeet al gauw erg donker door het lagere lichtvangend vermogen van de kijker. Een 8" telescoop is eigenlijk het minimum voor Saturnus. Een groot probleem bij hoge vergrotingen is dat de seeing flink roet in het eten kan gooien. Vooral in een dobson, die standaard objecten niet volgt, vliegt de planeet binnen zo'n 10 seconden door het beeld. Als van die 10 seconden door slechte seeing ook nog niet 1 seconde scherp beeld was, dan wordt het opnieuw richten van de telescoop, waarna weer gewacht moet worden tot de telescoop is uitgetrild, erg irritant. Een montering die kan volgen is dan ideaal. Voor de dobsongebruikers biedt een oculair met 82 graden (of meer) beeldveld uitkomst en is eigenlijk onmisbaar. Gelukkig zijn de korte brandpuntafstanden de goedkoopste van de serie.

Details op Saturnus

Het eerste dat natuurlijk opvalt bij Saturnus zijn de ringen. Deze spreken zeer tot de verbeelding en zijn schitterend om te zien. Helaas kijken we de komende jaren vrijwel recht op de ringen. Net zoals de aardas staat de as van Saturnus niet helemaal recht op het baanvlak (zelfs nog ietsje schuiner dan die van de aarde). Hierdoor lijkt de planeet iets gekanteld te staan, maar toevallig is 2009 het jaar waarin de kanteling zeer klein is. De ringen zullen hierdoor het komend jaar helemaal 'verdwijnen'. Pas in 2012 zijn de ringen weer mooi te zien. We moeten tot die tijd wat geduld hebben.

Een van de opvallende details in de ringen is de Cassini scheiding. Dit is een strook waarin zich nauwelijks, of minder reflecterend materiaal bevindt. Deze scheiding is bij een vergroting van 100x al redelijk goed zichtbaar. Helaas voor beginnende waarnemers in 2009, is deze scheiding dit jaar niet meer te zien.

De Encke scheiding is een veel kleinere scheiding in de ringen en ligt meer naar buiten vergeleken met de Cassini scheiding. Deze scheiding waarnemen vereist een open stand van de ringen, een goede seeing en hoge vergroting.

Nu de ringen de komende jaren niet goed zichtbaar zijn kunnen we ons net zo goed richten op iets anders dat ook de moeite waard is. Net als Jupiter heeft Saturnus een dik wolkendek, maar doordat de windsnelheden op Saturnus hoger liggen zijn de wolkendetails langer gerekt. In het wolkendek zijn verschillende kleuren zichtbaar, van geel, lichtbruin tot roze en soms zelfs een blauwe zweem.

Wat verder opvalt aan Saturnus, is dat de planeetschijf duidelijk afgeplat is. Saturnus heeft de grootste afplatting van alle planeten. Hij lijkt wel platgeslagen, waarna hij niet meer tot zijn oude grootte is teruggekeerd.

Saturnusmanen

Titan is net iets groter dan Mercurius en de grootste maan van Saturnus. In een amateurtelescoop is hij al makkelijk zichtbaar als een sterretje naast Saturnus. Met een gemiddelde magnitude van +8.3 is hij in een eenvoudige kijker al zichtbaar, mede ook doordat deze maan lekker ver van de planeet staat. Rhea is de tweede helderste maan van Saturnus. Hij is gemiddeld van magnitude +9.7 maar staat net als Dione (+10.4) en Thetys (+10.2) een stuk dichter bij Saturnus. Het licht van de planeet wil daarom het licht van deze maantjes wel eens overschaduwen. Hoe groter de kijker, des te makkelijker zijn deze maantjes te zien. In een 8" dobson zijn ze eigenlijk altijd wel te zien.

Iapetus bereikt magnitude +10, maar staat maximaal 3x zover van Saturnus als Titan. Hij kan dus redelijk makkelijk over het hoofd worden gezien, of foutief betiteld worden als ster. Als je weet waar hij staat dan is hij eigenlijk niet te missen.

Enceladus en Mimas zijn weer iets zwakker. Enceladus is met zijn magnitude van +11.8 haalbaar. Mimas ook met +12.6, maar staat veel dichter bij Saturnus waardoor hij makkelijk wegvalt in de gloed van de planeet en dus een veel groter instrument vereist. Het lichtpuntje is ook duidelijk kleiner dan de andere maantjes. Goede collimatie, scherpstelling en seeing zijn daarom van belang om dit maantje succesvol waar te nemen.

Tot slot is er nog Hyperion. Deze satelliet heeft een ruime baan om Saturnus, ongeveer de helft van Iapetus, maar de oppervlaktehelderheid van Hyperion is een stuk lager. Met gemiddeld +14.2 is een grote telescoop en donkere hemel een vereiste en wat geldt voor Mimas geldt ook voor Hyperion.

Uranus

Uranus staat 2x verder weg dan Saturnus en is ook nog eens 2x zo klein in diameter. Hierdoor is deze planeet in elke telescoop zeer klein(zie ook de tabel beneden). Vanaf 250x vergroting begint pas net een bolletje zichtbaar te worden. Als je niet precies weet dat je de juiste 'ster' in beeld hebt kan het even een gedoe zijn als je gaat vergroten. Het enige dat zichtbaar is van Uranus is de kleur. Die is blauw achtig.

Met een voldoende grote telescoop zijn 2 maantjes: Titania en Oberon misschien zichtbaar. Ze zijn beide van zo'n +14 magnitude. Een 12" telescoop is hiervoor wel ongeveer het minimum, vooral in een lichtvervuilde omgeving. We kijken van bovenaf op het Uranus systeem, de maantjes kunnen dus ook boven of onder de planeet staan.

Neptunus

Neptunus staat weer een factor 1.5 verder weg dan Uranus en is in een telescoop 2x zo klein in oppervlakte. Om een bolletje te zien moet zeer hoog vergroot worden. Het liefste gebruikt men hiervoor een kijker van 20cm of groter. Volgen wordt bij hoge vergroting in een dobson wel erg lastig, dus een goto is dan handiger. Bedenk voor je naar de winkel rent om een montering met goto aan te schaffen wel dat er niet veel te zien is. Alleen de kleur is waarneembaar, die is net als bij Uranus blauwachtig. Triton heeft een magnitude van +13.5 en moet te doen zijn met een grote telescoop en donkere locatie maar alleen als hij ver genoeg van Neptunus staat.

Pluto

Pluto behoort al een tijdje niet meer tot de planeten van ons zonnestelsel, maar is wel degelijk zichtbaar met een telescoop. Een 20 cm telescoop zou voldoende moeten zijn, maar dan moet de hemel al aardig donker zijn. Men zal de planeet echter niet visueel als zodanig herkennen. Een goed zoekkaartje is noodzakelijk en dan kan de planeet aangewezen worden in het oculair. Als men een schets maakt van de positie van pluto ten opzichte van de sterren dan kan bij een volgende waarneming de verschuiving ten opzichte van de sterren worden waargenomen. Dit bewijst dat het om een planeet gaat.

De maan Charon is met een amateur telescoop niet te splitsen van Pluto.

Gegevens van de planeten

Planeet A Gem. Straal Omlooptijd Rotatietijd Inclinatie abs. VMag Helling ø max V max ø min V min
Mercurius 0.39 AE 2440 km 88 dagen 58 dagen 7.00 graden -0.42 0 12.9 151x 4.5 434x
Venus 0.72 AE 6052 km 224.5 dagen 243 dagen 3.34 graden -4.51 177.21 65.2 30x 9.5 205x
Mars 1.52 AE 3396 km 686.2 dagen 24 uur 37 minuten 1.85 graden -1.52 25.12 25.7 76x 3.5 558x
Jupiter 5.2 AE 71492 km 11 jaar 10 maanden 9 uur 55 minuten 1.3 graden -9.28 3.07 50.1 39x 30.4 64x
Saturnus 9.53 AE 60268 km 29 jaar 5 maanden 10 uur 47 minuten 2.49 graden -8.87 26.44 20.9 93x 15.0 130x
Uranus 19.23 AE 25559 km 84 jaar 2 maanden 17 uur 14 minuten 0.77 graden -7.19 97.46 3.7 528x 3.1 630x
Neptunus 30.2 AE 24764 km 164 jaar 9 maanden 16 uur 6 minuten 1.77 graden -6.88 27.52 2.2 887x 2.0 976x

De A gem is de gemiddelde afstand tot de zon. De inclinatie is de maximale helling t.o.v. het baanvlak van de zon, dus de ecliptica aan de hemel. De absolute visuele magnitude is de helderheid die de planeet zou hebben als die op 1 AE van de zon staat. De helling geeft aan hoezeer de planeet gekanteld staat. Venus staat dus eigenlijk op zijn kop(en draait daarom ook andersom). ø max geeft de maximale grootte van het planeetschijfje in boogseconden. V max geeft de vergroting nodig om een planeet even groot te zien als je de maan met het blote oog ziet (1x vergroting). Als je bijvoorbeeld Jupiter even groot in beeld wilt als je de maan op 100x vergroting ziet dan moet je 100 x 39 = 3900x vergroten. Dit geldt dan voor het moment dat de planeet visueel haar grootste diameter bereikt, meestal is dit wanneer de planeet het dichtst bij de aarde staat. Als referentie kun je voor de maan ongeveer 1800 boogseconden diameter aanhouden. V min geeft de vergroting nodig als de planeet ongunstig staat (ver weg).

Redfish 1 jun 2009 12:33 (UTC). Toevoegingen/wijzigingen zijn zeer welkom van iemand met uitgebreide ervaring op planeetwaarnemingen. Dank aan 15% obstructie voor de gegevens van de visuele grootte en vergrotingen van de planeten.