Televue 3 - 6mm zoom

Uit Astrowiki
Versie door John Baars (Overleg | bijdragen) op 14 mei 2016 om 22:29 (review Televue zoom 3-6mm)

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

De Nagler 3-6 mm Zoom.


Presentatie. Door Al Nagler begin jaren 2000 gepresenteerd als een soort ultiem planetair zoomoculair. Zou niet onderdoen voor prestaties van orthoscopische vaste oculairen. Beeldveld blijft 50 ° ongeacht de zoomfactor en scherpte tijdens zoomen blijft gehandhaafd. Eyerelief 10mm, ruim genoeg voor niet-brildragers. Het zou de ideale partner zijn vanwege de mogelijkheid om het brandpunt perfect aan te passen aan de lokale seeïng. Om tranen van ontroering over zoveel goede eigenschappen in je ogen te krijgen.

Reviews. Als je op internet gaat rondspeuren vallen onmiddellijk lovende kritieken op. Al Nagler zou hier terecht zijn naam aan hebben verbonden. Tweede aspect wat echter opvalt is dat dit veelal reviews van verse eigenaren zijn (“de nieuwe moet wel winnen, natuurlijk”). Een heel enkel review was kritischer en wees hem zelfs onherroepelijk naar het tweede plan (not recommended).Lees: de planetaire prullenmand.

Twee testen van “niet-eigenaars” http://www.astro-okulare.de/ Klik door naar “Sonstige Messungen” http://www.cloudynights.com/document...yeyepieces.pdf

Reputatie. Waar hij wel tegenop moet boksen is uiteraard de reputatie van slecht gemaakte zoomoculairen.: ze zouden hun focus niet houden, van beeldveld veranderen, slechte transmissie hebben, hun contrastoverdracht niet volhouden, mechanisch haperen, inwendig stof verzamelen, inwendig glimmen, slechte randprestaties, zoals laterale kleur en vervorming hebben enz. Enkele topzoomers ( tja, de prijs van wel 8 vaste orthoscopische oculairen) vormen daarop een glansrijke uitzondering. Leica heeft er één. Zou ons Naglertje in de ene of de andere categorie vallen?

Twee overwegingen. Mijn overwegingen om hem aan te schaffen.

1. Het gemak met mijn grab & go kijker op azimutale opstelling enorm verhogen. 2. Met het Naglertje bepalen welke vergroting ik samen met mijn andere kijkers exact moet hebben om details op bijvoorbeeld Jupiter, gezien de seeïng, waar te nemen, om vervolgens over te schakelen naar vaste orthoscopen.Een soort verkenner functie dus.


Drie sessies.

Met het Zoompje heb ik drie avondjes, of delen daarvan, buiten gestaan.

De eerste was een kenissmakingssessie, samen met mijn grab&go kijkertje en verder een klein scala aan oculairen: een 5,7 mm Antares (70°), een 8mm Astrotech Dual ED (60°), een 6mm Takahashi MC Abbe (44°), mijn ongekroonde dubbelsterren combi Vixen barlow DX met 12mm Brandon (43°) en een gebarlowde Fujiyama HD 9mm (42°). Gebruikte kijker was een 70mm F480mm Televue Pronto.

De tweede sessie was zonder de Antares en de Astrotech en met mijn 102mm Vixen F918mm ED Doublet. De laatste sessie was weer met de Pronto. De Antares en Astrotech bleven weg. Entree van de gebarlowde Nagler 11 ( 82°) en daar kwam de 5mm Pentax XO (44°) nog bij. Enkelen weten hierdoor nu al waar de Naglerzoom uit gaat komen.

De objecten waren zonder uitzondering dezelfde: Orionnevel, Komeet C/2014 Q2, Jupiter, M37 , M35 en de Pleiaden om de laatste fotonen te vinden. Bij de eerste sessie was de Maan er nog bij. Ook diverse heldere sterren, waaronder Rigel, moesten eraan geloven.


De test.

Ik kijk in andere tests altijd naar enkele aspecten die voor mij belangrijk zijn. Comfort bijvoorbeeld maal ik niet zo om. Op nummer één staat voor mij: de eigen gloed die het oculair produceert om heldere objecten heen. Die bleek verassend laag. Kleiner dan de beide groothoekers en zelfs kleiner dan wel gelijk aan de orthoscopen. Voor een oculair met vijf lenzen en zes lucht/glas overgangen is dit op zijn minst verrassend.

Minder verrassend was de uitslag op transmissie. Hier scoorde hij gelijk, dan wel een fractie beter dan beide groothoekers. Maar hij moest een veertje laten ten opzichte van de beide orthoscopen. In de Pleiaden bleek een sterretje van 13,2 met de Vixen en de ortho’s haalbaar, gedurende 50% van de tijd. De zoom deed het netjes maar haalde nog niet de helft daarvan: slechts enkele malen per minuut. De Antares en Astrotech deden leuk mee, maar scoorden daar nog net onder.

Contrastoverdracht op een object als Jupiter is een heel kritisch onderwerp. Het heeft echter ook een minstens even kritisch en ervaren oog nodig om verschillen te zien.

Bij de eerste sessie was al duidelijk dat de Antares hier niet voor ontworpen was; grote beeldvelden zijn zijn strijdtoneel. De Astrotech hield het langer vol, maar moest toch zijn meerdere erkennen in de Nagler Zoom. De orthoscopische oculairen waren een veel hardere noot om te kraken. De gehele sessie door bleef ik twijfelen tussen de uitstekende Takahashi, Brandon en de Fujiyama. Ik kon eenvoudigweg geen duidelijke verschillen zien. Ik begon er al van overtuigd te raken dat de Zoom tenminste even goed scoorde.

Deze mening handhaafde zich tijdens de tweede sessie. Hoe subtiel lag dit. Pas de derde sessie bij betere seeïng gaf uitsluitsel. De gewone gebarlowde 11mm Nagler viel af. Fijn gelardeerde details waren een fractie fijner getekend in de Takahashi en Fujiyama. De Nagler Zoom was nèt gelijk aan de Brandon. Met een neushaarlengte verschil won de Brandon. Grappig was wel weer dat ik in de Zoomnagler bij gebruik als 5mm oculair plotsklaps de Grote Rode Vlek herkende en omliggende details, waar ik in de 6mm ortho’s eigenlijk alleen nog maar een heel sterk vermoeden had. De wolkenbanden stonden in de warmere Zoom Nagler er iets duidelijker bij. De GRV begon ook een licht kleurtje te krijgen. Dit gaf voor mij de doorslag dat ik dit oculair wel degelijk een planetair oculair mocht noemen. (als 5mm of 4mm in de gebruikte kijkers) Om uitsluitsel te geven over de waargenomen details kwamen de gebarlowde Fujiyama (als 4,5mm ) en de 5mm Pentax XO erbij. Hij verloor het nipt van de Fujiyama.

En ja, die Pentax zit in hetzelfde plusklasje als de beroemde ZAO’s en is eigenlijk geen partij. Alsof je een allrounder tegen een 500m. specialist laat schaatsen. Hij was ver gekomen, maar hier vond de Naglerzoom definitief zijn Waterloo.

Randonscherpte, beeldwelving en randkleurfouten zijn voor sommigen uiterst belangrijk. Voor mij was voldoende om te constateren dat daar nauwelijks sprake van was. Hooguit bij de hogere vergrotingen. Ik zag aan de rand bij de hoogste vergrotingen dat Jupiter een fractie ovaler was dan in het midden. Ook zag ik dat de door de Pronto geproduceerde geringe kleurfout aan de rand van het beeldveld er een miniem rood tintje bij had gekregen. Dat was echter aan de uiterste rand bij zijn topvergroting in het F6,8 systeem van de Pronto. Wat mij betreft bepaald niet indrukwekkend, je moest er naar op zoek gaan. Volledigheidshalve wel hier gemeld. Een groot deel van eventuele fouten is weggewerkt/ omzeild met de 50 graden beeldhoek. In de F/9 Vixen zag ik overigens bovenstaande foutjes geen van alle.

Zaken die opvielen.

- Inzoomen op een nevel is grappig: de omgeving zie je donkerder worden, donkere gedeelten van de nevel lijken weg te vallen, heldere gedeelten gaan meer detail te vertonen. Kan ik dit met vaste oculairs ook zien? Uiteraard, maar niet in één vloeiende beweging en vervolgens stil blijven staan bij het beeld dat je het meest bevalt.

- Inzoomen op een open sterrenhoop is grappig: je vliegt er naar toe en erin.

- Inzoomen op een heldere ster is een eyeopener voor nonbelievers. Je begint met de heldere ster (Rigel bijvoorbeeld) als lichtpunt met pieppuntje ernaast. Inzoomen levert je de eerste buigingsring, een hoop seeïng en het vervagen van het piepdubbeltje. In de (1/4 Lambda) Pronto zelfs het verdwijnen van het begeleidertje.

- Bij 3 mm in de Pronto ging het lampje van contrastoverdracht op Jupiter nog net niet uit, in de Vixen uiteraard wel.. Tussen 3 en 4 mm zit in de Vixen dan ook een heel forse stap!!

- Er zitten “kliks” bij 6, 5, 4 en 3 mm. Daartussen is het vrij zoomen. Handig. Het tussengebied gebruiken beperkt zich in de praktijk tot “ergens” halverwege. Zodat je meestal 6, 5,5, 5, 4,5mm enz gebruikt. Drie millimeter is te veel in een kijker met gematigd brandpunt, voor korte brandpunten echter ideaal.

- Bril is niet op te houden. Inkijk is echter wel Nagler-aangenaam. Bijna een allemansvriend.

- De ring waarmee je zoomt mag wat mij betreft breder zijn.

- Fijnmechanisch verder niets op aan te merken.


Conclusie

Als 5 of 4 mm oculair vind ik hem in de door mij gebruikte kijkers inderdaad planetenwaardig. Daarmee staat hij echter nog net niet op het niveau van een top-ortho. Wel in dezelfde klas(?), maar zeker niet op de eerste rij. Als 6 mm minder, daarvoor genereert hij net te weinig vergroting en passeren de ortho’s hem weer. Hij passeert zelf sowieso groothoekers. Inclusief gebarlowde Naglers. Prima oculair, met een zware nadruk op probleemloos planeten waarnemen en een heel speelse knipoog naar deepsky. Dit oculair laat zien dat Zoom niet altijd met achterdocht bekeken hoeft te worden.