Delos 4.5 versus Pentax XW5: verschil tussen versies

Uit Astrowiki
Ga naar: navigatie, zoeken
k (Delos en Pentax XW vrijwel gelijkwaardig.)
 
Regel 43: Regel 43:
  
 
Kortom: de Delos is een toppertje! Een zeer waardige eventuele concurrent van een XW.
 
Kortom: de Delos is een toppertje! Een zeer waardige eventuele concurrent van een XW.
 +
 +
John Baars

Huidige versie van 12 jun 2016 om 06:12

Delos 4.5 versus Pentax XW5, een gebruikersverslag.

Inleiding

Tijdens mijn laatste bezoek aan een telescopenleverancier ontspon zich een geanimeerd gesprek over de Delos oculairen. Ik had er veel over gehoord en gelezen en twijfelde nog een heel klein beetje of die nou werkelijk zo uitmuntend waren. Er werd mij eentje uitgeleend, op voorwaarde van terugkomst in onberispelijke staat , om het zelf dan maar eens te ervaren. Bijgaand mijn ervaringen. Veel leesplezier.

Middelen

Na twee maanden eindelijk weer eens enkele uren helder. Ik heb drie avonden buiten gezeten met mijn 102mm Vixen ED F9 refractor (en twee keer een C8 al afkoelend ernaast). Enkele doelen waren om het gebruiksgemak en de kwaliteiten van de Delos 4,5 uit te proberen. Om een en ander redelijk thuis te brengen gebruikte ik er als referentie een Pentax XW5 naast. En om zeker te zijn van bepaalde details op Jupiter gebruikte ik er ook de welbekende en inmiddels legendarische Pentax XO5 naast. Die gaf twee keer uitsluitsel of bepaalde details echt te zien waren of suggestie. De Delos haalt een vergroting van 204X in de Vixen, de XW5 en XO5 halen 184X respectievelijk 180X. Bij het vergelijken op grensmagnitudesterretjes en deepsky gebruikte ik er bovendien een comfortabel gebarlowde 8,5mm Pentax XF naast, goed voor 216X.

Eyerelief, inkijk en beeldveld

De eerste avond bleek even wennen met de Delos. Vooral het eyerelief moet zuiver worden ingesteld. Als je gewend bent om dat al draaiende aan de oogschelp in te stellen, zoals met een XW, kom je daar met de Delos niet mee weg. Je moet een brede ring losdraaien, de oogschelp naar de gewenste hoogte schuiven en dan de ring weer vast draaien. Voor één enkele waarnemer is dat geen probleem. Eenmaal ingesteld blijft deze waarde prima gehandhaafd. Aan de kijker, met meerdere waarnemers, kan het lastiger zijn. Hoewel …het vele gedraai aan de oogschelp van een XW duurt dan langer. Tijdens een sessie met tien graden vorst wilde de Delos locking-ring toch weer loskomen. Echter niet onoverkomelijk.

De inkijk bleek iets minder vergevingsgezind dan een XW. Er kwamen vooral in het begin nogal wat kidney-beans/ blackouts voorbij. Eenmaal gewend aan de vrij strenge rechte inkijk, bleven ze bij correct ingestelde oogafstand op de tweede en derde avond weg. Kwestie van even wennen dus. Helemaal uitgeschoven bleek ik het volledige veld met gemak te kunnen overzien. Met bril op ook in ingeschoven toestand. Van bedauwen heb ik geen last gehad, hoewel het toch flink koud was en ik ook nog een forse waarneemcapuchon gebruik, waaronder de warmte langer blijft hangen.

Het beeldveld is een comfortabele 72 graden. In een F9 systeem betekent dat gewoon scherp tot aan de rand, waarbij airyschijfje en buigingsring tot op de rand, wellicht iets vervormd, zichtbaar bleven. Perfect gevormde sterretjes, topoptiek waardig. De XW doet dat niet beter. Tevens getest bij 400X in de C8. Mij bleek dat de opgegeven 70 graden van een XW beduidend kleiner is, zelfs nog kleiner dan de opgegeven 68 graden van een Panoptic. Het beeldveld in de Delos is precies goed voor liefhebbers van een flink beeldveld, maar voor wie 82 graden eigenlijk niet hoeft. Voor liefhebbers dus die rechtdoor kijkende toch graag de veldstop met gemak willen blijven zien. Eenmaal gewend aan de allereerste eigen-aardigheden van dit oculair, krijg je een” thuiskomst”-gevoel bij het gebruik ervan. Het gemak is groot. Illustratief hiervoor is dat herijken van de montering na een stroomonderbreking gewoon automatisch plaatsvond met de Delos, bij 204X dus, zonder dat ik de noodzaak voelde om er een lagere vergroting in te zetten.

Planeten

Op planeten is het beeld heerlijk rustig. Jupiter dreef kalm in een groot beeldveld, waarbij alle maantjes tegelijkertijd in beeld waren. Genieten geblazen. Tijdens testavonden kreeg ik meerdere malen tijdens momenten van goede seeïng het gevoel: “Ja, daar kan die XW een puntje aan zuigen.” Even zo vaak kreeg ik het omgekeerde gevoel als de Pentax in mijn kijker zat, moet ik eerlijk zeggen.

Details die in beide oculairs op de rand van suggestie lagen bleken er met de XO ook echt te zijn. Als twee oculairen zo dicht bij elkaar zitten ga je erop letten welk detail je met het ene oculair eerder opmerkt dan met het andere. Ze bleken aan elkaar gewaagd. Toch leek het erop dat lichtere details in de NEB met de Delos een fractie eerder opgemerkt konden worden dan met de XW, zoals bleek toen ik een strengetje lichte vlekjes aldaar ontdekte. De XW toonde het, maar niet opvallend genoeg om als eerste opgemerkt te worden. Iets donkerder details in bijvoorbeeld de noordelijke en zuidelijke banden leken naar mijn smaak in de XW iets geprononceerder op te vallen.

De Delos toonde een beeld dat “witter” was dan het warmere beeld van de XW. Het gaf de indruk van een subtiel kontrastverschil in het voordeel van de Delos. Subtiel is hier echt het toverwoord. De hogere vergroting die de Delos produceerde op Jupiter bleek nauwelijks voordelen op te leveren bij het zien van details op de bol. Tijdens een enkel moment van topseeïng werd die suggestie wel gewekt. Dat is helemaal niet na te trekken als zo’n moment even snel weer weg is als dat hij komt. En zeker niet als je een ander oculair dan weer de beurt moet geven. Wel heel prettig om te ervaren dat dit ene excellente moment per jaar nou net voorbij kwam terwijl ik met een topoculair in mijn lenzenkijker zat te kijken. Meestal heb ik abonnement op topmomenten met niet-optimale vergrotingen…

Grensmagnitude en reflecties

Bij het detecteren van grensmagnitude sterretjes bleek de hogere vergroting van de Delos een voordeel op te leveren. In de Pleiaden werd gezocht naar zwakke sterretjes die op de grens lagen. Magnitude 13.0 is het uiterste dat ik ooit met een gebarlowde 8.5mm Pentax XF oculair en deze kijker op die locatie haalde. Die grens bleek tijdens testavonden te hoog gegrepen. Beide oculairen kwamen nu even diep, te weten 12.5. Dankzij de toch wel substantieel hogere vergroting bleek de Delos gemakkelijker in staat om die 12.5 te halen. Die grens werd met de Delos eerder gezien dan in de XW en perifeer vaker binnen een bepaalde tijdsspanne waargenomen. Ook grenssterretjes buiten het mij bekende testgebied bleken met de Delos eerder in beeld te komen.

De gloed om een heel helder object die elk oculair inwendig produceert , bleek in beide oculairen even klein en zwak. Omdat de XW “schuin inkijken” vrij gemakkelijk vergeeft en je dit dus ook doet, wil het voorkomen dat je heel af en toe een minuscuul kleine reflectie vanaf het oog naast het object voorbij ziet “pinken”. De Delos is veel strenger met de rechte inkijk. Gevolg is dat je dat óók doet en die reflectie recht terugkomt, zodat hij zo goed als onopgemerkt blijft, verloren als hij gaat in/ nabij het object zelf. Bij expres schuin inkijken leek de reflectie in de Delos evenwel iets zwakker. Zo’n actie werd onmiddellijk afgestraft met een gedeeltelijke black out. Met de XW betekent zo’n zelfde actie dat je de reflectie gewoon buiten beeld kunt houden, zonder straf en met behoud van vol zicht. Een voordeel van de XW.

Deepsky

Op deepsky-objecten wordt het verhaal enigszins eentonig. Ze doen nauwelijks voor elkaar onder. Op testobjecten zoals de Orionnevel en de Eskimonevel kon ik met de beste wil van de wereld geen doorslaggevende verschillen in details ontdekken. Wel is duidelijk dat dankzij de hogere vergroting de Delos beter bij de Vixen 102/9 refractor past: de hogere vergroting geeft een groter beeld van de grote nevel en suggereert daardoor een helderder indruk. Deze indruk werd bevestigd bij de Eskimonevel, maar niet meer gewekt bij belangwekkend zwakkere objecten zoals NGC2158 of M1. Die vallen in deze kijker grotendeels weg bij dit soort vergrotingen. Nog eens uitgebreid checken op grensmagnitudesterren rondom NGC2392 : de Eskimonevel zelf leek beter zichtbaar met de Delos, maar de zwakke sterretjes er omheen nauwelijks. Dit verschijnsel ( ik noem het maar even het planetaire nevel-effect) werd nog iets sterker zichtbaar en herbevestigd bij het gebruik van de gebarlowde Pentax XF 8,5. Vergroting is bij dit soort objecten een sterkere factor van verschil dan eventuele minieme kwaliteitsverschillen tussen deze topoculairen. Bij mijn 102mm refractor en 216X wordt de grens daarin benaderd. Nog verder gaan heeft geen zin. Bij andere objecten gelden uiteraard andere waarden.

Vooral de uitgebreide Orionnevel kon zeer aangenaam met de Delos waargenomen worden. De vijfde ster in het Trapezium was met de 10cm lenzenkijker geen groot probleem, evenals filamenten en grotere structuren. Een heerlijke ervaring. In dit hele gebied kan ik zomaar een uur rondhangen.


Conclusie

Resumerend blijken de verschillen uiterst gering. Op planeten vind ik ze alles overziende gelijk aan elkaar. Het gebruiksgemak van de Pentax acht ik een ietsje groter: blackouts zijn ver te zoeken en bij sterke koude verloopt je eyerelief niet .

Kortom: de Delos is een toppertje! Een zeer waardige eventuele concurrent van een XW.

John Baars