Zonnestelsel waarnemen

Uit Astrowiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Jupiter[bewerken]

Jupiter met maanovergang (schaduw) en rechtboven de GRS

Jupiter is de grootste planeet van het zonnestelsel. In het oculair doet hij die reputatie ook eer aan. In elke kijker is Jupiter een spectakel, daarom wordt hij ook wel de beginnerplaneet genoemd. Een vergroting boven de 300x is onnodig omdat de planeet door zijn nog relatieve nabijheid dan al een grote bol wordt. Voor een dergelijke vergroting is een 15cm kijker al voldoende maar zijn de details nog niet heel duidelijk zichtbaar. In een 13cm kijker moet men het doen met 3-5 wolkenbanden en de grote rode vlek. Maanovergangen zijn ook al goed zichtbaar. In een 7cm kijker of vergelijkbaar zijn enkel de twee donkerste wolkenbandenen en de (4 grootste) maantjes zichtbaar. De komende jaren komt Jupiter steeds hoger aan de hemel te staan, het wordt dus smullen geblazen. In 2009 staat jupiter nog een beetje ongunstig in de steenbok, maar dat is al beter dan vorig jaar.

Details op Jupiter[bewerken]

Het Wolkendek toont in een grote kijker dusdanig veel detail dat het overweldigend is. Allemaal verschillende wolkenbanden, krullen, vlekken en strepen zijn zichtbaar. Helaas zijn deze details vrij genuanceerd en lijdt de waarneming onder een laag contrast. Dit kan 'opgelost' worden door langzaam te knipperen met het waarneemoog. Dit brengt de details meer naar voren. Een kleurfilter kan ook wel eens helpen, men moet dan een filter kiezen dat juist niet de kleur heeft van de details die men naar voren wil halen.

Een ander opvallend detail in het wolkendek is de Grote rode vlek. In een kleinere kijker kan deze soms wat lastig zichtbaar zijn, maar een hint ervan is altijd wel zichtbaar. Soms kan men de vlek net 'om het hoekje' zien komen. Als Jupiter dan een paar uren later nog eens bekeken wordt is de vlek duidelijk verschoven over de schijf. Andere details verschuiven door de rotatie van 10 uur ook aardig snel, maar zijn minder goed herkenbaar. Er is elke keer dus weer wat nieuws te zien. Een aantal jaren terug was er ook een Grote witte vlek zichtbaar. Dit was een storm die zich had gevormd uit 3 kleinere stormen. Helaas is deze storm weer opgelost en niet meer zichtbaar, maar wie weet wat er zich de komende jaren nog gaat ontwikkelen in het dichte wolkendek van de planeet.

Soms is het ook mogelijk dat een maantje voor de planeet passeert. Dit is alleen in een voldoende grote kijker te zien. De maanschaduw die eventueel ook zichtbaar is, is vanwege het contrast met de wolkenbanden in een kijker vanaf 8cm al zichtbaar.

Een heel enkele keer stort er een komeet of ander object op de planeet neer. Dit was in 1994 het geval toen de komeet Schoemaker-Levy 9 zich in de atmosfeer stortte. Door de gigantische energie en hoge druk in de Jupiteratmosfeer gaat dit gepaard met geweldige explosies. Deze explosies laten duidelijk donkere vlekken achter in de atmosfeer, die met het verstrijken van weken weer oplossen. In juli 2009 was het nog een keer zover. Toen wist men niet vantevoren dat er een inslag plaats zou vinden. Het is daarom lastig te voorspellen wanneer een volgende inslag plaats zal vinden. Als je toevallig het geluk hebt naar Jupiter te kijken tijdens een inslag dan zul je die zeker niet missen. Wil je de donkere vlekken in de atmosfeer waarnemen, dan heb je een iets grotere kijker nodig, maar door het hoge contrast is een 20cm kijker ook wel voldoende. Het is dan wel even goed plannen, want door de rotatie is de vlek niet elke dag even goed zichtbaar.

Jupitermanen[bewerken]

De grootste 4 manen van Jupiter zijn zelfs in een bouwmarkt refractortje te zien, zo helder zijn ze. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat men een dergelijk instrument moet kopen. Als de kijker groot genoeg is om boven de 500x te vergroten kan men de maantjes zelfs als kleine bolletjes zien. Ze tonen ook duidelijk verschillende kleuren die variëren van geel tot blauwpaars. Door de rechte stand van Jupiter op het baanvlak van de zon trekken de maantjes vaak over de bol van Jupiter. Dit is altijd een spektakel en kan in een middelgrote kijker al goed gevolgd worden. De zwarte schaduw is altijd wel zichtbaar en in 20+cm kijkers kan je het maanbolletje ook over de planeet zien trekken.

Ganymedes is de grootste maan van het zonnestelsel. Hij is groter dan Titan en niet eens zoveel kleiner dan Mars. Met een magnitude van +4.6 is het zelfs een blote oog object, maar alleen als hij ver genoeg van de planeet staat. Callisto is de andere reus van de Jupitermanen en na Ganymedes en Titan de 3e grootste van het zonnestelsel. Hij is in grootte nèt iets kleiner dan Mercurius maar door zijn donkere oppervlakte met +5.8 de zwakste van de 4 manen. Het is de buitenste maan van de 4 grote Jupitermanen en daardoor nog steeds in elke kijker zichtbaar.

De twee binnenste maantjes zijn Io en Europa. Io heeft een magnitude van +5.0 en Europa haalt +5.3. Ondanks hun relatieve nabijheid tot Jupiter (421.000 en 671.000 km) zijn ze nog steeds makkelijk zichtbaar in elke (verre)kijker.

Jupiter heeft ook nog kleinere maantjes. Dit zijn waarschijnlijk ook gevangen asteroïden of kometen. De maantjes zijn helaas niet zichtbaar met een amateur-telescoop vanaf de aarde.


Saturnus[bewerken]

Saturnus met 3 maantjes

De meeste beginners die Saturnus voor het eerst zien reageren met: "Wat is hij klein". Dit is echter niet zo vreemd. De planeet staat bijna 2x zover weg als Jupiter. Ook al is de planeet niet veel kleiner dan Jupiter, de afstand zorgt ervoor dat een fiks grotere vergroting nodig is om Saturnus groot in beeld te krijgen. Vanaf zo'n 250x en liever 400x wordt het pas echt interessant, maar in een grote kijker zoals een 12" Dobson of C14 zijn vergrotingen tot 600x makkelijk mogelijk. Dan komt de planeet pas echt tot zijn recht. In een kleinere kijker wordt de planeet al gauw erg donker door het lagere lichtvangend vermogen van de kijker. Een 8" telescoop is eigenlijk het minimum voor Saturnus. Toch zijn de ringen met een kleinere kijker (bijv. 6 cm) al redelijk goed te bewonderen. Een groot probleem bij hoge vergrotingen is dat de seeing flink roet in het eten kan gooien. Vooral in een dobson, die standaard objecten niet volgt, vliegt de planeet binnen zo'n 10 seconden door het beeld. Als van die 10 seconden door slechte seeing ook nog niet 1 seconde scherp beeld was, dan wordt het opnieuw richten van de telescoop, waarna weer gewacht moet worden tot de telescoop is uitgetrild, erg irritant. Een montering die kan volgen is dan ideaal. Voor de dobsongebruikers biedt een oculair met 82 graden (of meer) beeldveld uitkomst en is eigenlijk onmisbaar. Gelukkig zijn de korte brandpuntafstanden de goedkoopste van de serie.

Details op Saturnus[bewerken]

Het eerste dat natuurlijk opvalt bij Saturnus zijn de ringen. Deze spreken zeer tot de verbeelding en zijn schitterend om te zien. Helaas kijken we de komende jaren vrijwel recht op de ringen. Net zoals de aardas staat de as van Saturnus niet helemaal recht op het baanvlak (zelfs nog ietsje schuiner dan die van de aarde). Hierdoor lijkt de planeet iets gekanteld te staan. maar toevallig waren in 2009 het jaar waarin de kanteling zeer klein is. De ringen zullen hierdoor het komend jaar helemaal 'verdwijnen'.

Een van de opvallende details in de ringen is de Cassini scheiding. Dit is een strook waarin zich nauwelijks, of minder reflecterend materiaal bevindt. Deze scheiding is bij een vergroting van 100x al redelijk goed zichtbaar.

De Encke scheiding is een veel kleinere scheiding in de ringen en ligt meer naar buiten vergeleken met de Cassini scheiding. Deze scheiding waarnemen vereist een open stand van de ringen, een goede seeing en hoge vergroting.

Nu de ringen de komende jaren niet goed zichtbaar zijn kunnen we ons net zo goed richten op iets anders dat ook de moeite waard is. Net als Jupiter heeft Saturnus een dik wolkendek, maar doordat de windsnelheden op Saturnus hoger liggen zijn de wolkendetails langer gerekt. In het wolkendek zijn verschillende kleuren zichtbaar, van geel, lichtbruin tot roze en soms zelfs een blauwe zweem.

Wat verder opvalt aan Saturnus, is dat de planeetschijf duidelijk afgeplat is. Saturnus heeft de grootste afplatting van alle planeten. Hij lijkt wel platgeslagen, waarna hij niet meer tot zijn oude grootte is teruggekeerd.

Saturnusmanen[bewerken]

Titan is net iets groter dan Mercurius en de grootste maan van Saturnus. In een amateurtelescoop is hij al makkelijk zichtbaar als een sterretje naast Saturnus. Met een gemiddelde magnitude van +8.3 is hij in een eenvoudige kijker al zichtbaar, mede ook doordat deze maan lekker ver van de planeet staat. Rhea is de tweede helderste maan van Saturnus. Hij is gemiddeld van magnitude +9.7 maar staat net als Dione (+10.4) en Thetys (+10.2) een stuk dichter bij Saturnus. Het licht van de planeet wil daarom het licht van deze maantjes wel eens overschaduwen. Hoe groter de kijker, des te makkelijker zijn deze maantjes te zien. In een 8" dobson zijn ze eigenlijk altijd wel te zien.

Iapetus bereikt magnitude +10, maar staat maximaal 3x zover van Saturnus als Titan. Hij kan dus redelijk makkelijk over het hoofd worden gezien, of foutief betiteld worden als ster. Als je weet waar hij staat dan is hij eigenlijk niet te missen.

Enceladus en Mimas zijn weer iets zwakker. Enceladus is met zijn magnitude van +11.8 haalbaar. Mimas ook met +12.6, maar staat veel dichter bij Saturnus waardoor hij makkelijk wegvalt in de gloed van de planeet en dus een veel groter instrument vereist. Het lichtpuntje is ook duidelijk kleiner dan de andere maantjes. Goede collimatie, scherpstelling en seeing zijn daarom van belang om dit maantje succesvol waar te nemen.

Tot slot is er nog Hyperion. Deze satelliet heeft een ruime baan om Saturnus, ongeveer de helft van Iapetus, maar de oppervlaktehelderheid van Hyperion is een stuk lager. Met gemiddeld +14.2 is een grote telescoop en donkere hemel een vereiste en wat geldt voor Mimas geldt ook voor Hyperion.

Uranus[bewerken]

Uranus staat 2x verder weg dan Saturnus en is ook nog eens 2x zo klein in diameter. Hierdoor is deze planeet in elke telescoop zeer klein(zie ook de tabel beneden). Vanaf 250x vergroting begint pas net een bolletje zichtbaar te worden. Als je niet precies weet dat je de juiste 'ster' in beeld hebt kan het even een gedoe zijn als je gaat vergroten. Het enige dat zichtbaar is van Uranus is de kleur. Die is blauw achtig.

Met een voldoende grote telescoop zijn 2 maantjes: Titania en Oberon misschien zichtbaar. Ze zijn beide van zo'n +14 magnitude. Een 12" telescoop is hiervoor wel ongeveer het minimum, vooral in een lichtvervuilde omgeving. We kijken van bovenaf op het Uranus systeem, de maantjes kunnen dus ook boven of onder de planeet staan.

Neptunus[bewerken]

Neptunus staat weer een factor 1.5 verder weg dan Uranus en is in een telescoop 2x zo klein in oppervlakte. Om een bolletje te zien moet zeer hoog vergroot worden. Het liefste gebruikt men hiervoor een kijker van 20cm of groter. Volgen wordt bij hoge vergroting in een dobson wel erg lastig, dus een goto is dan handiger. Bedenk voor je naar de winkel rent om een montering met goto aan te schaffen wel dat er niet veel te zien is. Alleen de kleur is waarneembaar, die is net als bij Uranus blauwachtig. Triton heeft een magnitude van +13.5 en moet te doen zijn met een grote telescoop en donkere locatie maar alleen als hij ver genoeg van Neptunus staat.

Pluto[bewerken]

Pluto behoort al een tijdje niet meer tot de planeten van ons zonnestelsel, maar is wel degelijk zichtbaar met een telescoop. Een 20 cm telescoop zou voldoende moeten zijn, maar dan moet de hemel al aardig donker zijn. Men zal de planeet echter niet visueel als zodanig herkennen. Een goed zoekkaartje is noodzakelijk en dan kan de planeet aangewezen worden in het oculair. Als men een schets maakt van de positie van pluto ten opzichte van de sterren dan kan bij een volgende waarneming de verschuiving ten opzichte van de sterren worden waargenomen. Dit bewijst dat het om een planeet gaat.

De maan Charon is met een amateur telescoop niet te splitsen van Pluto.

Gegevens van de planeten[bewerken]

Planeet A Gem. Straal Omlooptijd Rotatietijd Inclinatie abs. VMag Helling ø max V max ø min V min
Mercurius 0.39 AE 2440 km 88 dagen 58 dagen 7.00 graden -0.42 0 12.9 151x 4.5 434x
Venus 0.72 AE 6052 km 224.5 dagen 243 dagen 3.34 graden -4.51 177.21 65.2 30x 9.5 205x
Mars 1.52 AE 3396 km 686.2 dagen 24 uur 37 minuten 1.85 graden -1.52 25.12 25.7 76x 3.5 558x
Jupiter 5.2 AE 71492 km 11 jaar 10 maanden 9 uur 55 minuten 1.3 graden -9.28 3.07 50.1 39x 30.4 64x
Saturnus 9.53 AE 60268 km 29 jaar 5 maanden 10 uur 47 minuten 2.49 graden -8.87 26.44 20.9 93x 15.0 130x
Uranus 19.23 AE 25559 km 84 jaar 2 maanden 17 uur 14 minuten 0.77 graden -7.19 97.46 3.7 528x 3.1 630x
Neptunus 30.2 AE 24764 km 164 jaar 9 maanden 16 uur 6 minuten 1.77 graden -6.88 27.52 2.2 887x 2.0 976x

De A gem is de gemiddelde afstand tot de zon. De inclinatie is de maximale helling t.o.v. het baanvlak van de zon, dus de ecliptica aan de hemel. De absolute visuele magnitude is de helderheid die de planeet zou hebben als die op 1 AE van de zon staat. De helling geeft aan hoezeer de planeet gekanteld staat. Venus staat dus eigenlijk op zijn kop(en draait daarom ook andersom). ø max geeft de maximale grootte van het planeetschijfje in boogseconden. V max geeft de vergroting nodig om een planeet even groot te zien als je de maan met het blote oog ziet (1x vergroting). Als je bijvoorbeeld Jupiter even groot in beeld wilt als je de maan op 100x vergroting ziet dan moet je 100 x 39 = 3900x vergroten. Dit geldt dan voor het moment dat de planeet visueel haar grootste diameter bereikt, meestal is dit wanneer de planeet het dichtst bij de aarde staat. Als referentie kun je voor de maan ongeveer 1800 boogseconden diameter aanhouden. V min geeft de vergroting nodig als de planeet ongunstig staat (ver weg).

Redfish 1 jun 2009 12:33 (UTC). Toevoegingen/wijzigingen zijn zeer welkom van iemand met uitgebreide ervaring op planeetwaarnemingen. Dank aan 15% obstructie voor de gegevens van de visuele grootte en vergrotingen van de planeten.