Sterrenstelsels

Uit Astrowiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Wat zijn sterrenstelsels?[bewerken]

Vlak na het ontstaan van het heelal trok de materie (helium, waterstof en donkere materie) samen onder invloed van de zwaartekracht. Een paar honderd miljoen jaar later was er voldoende materie samengeklonterd en ontstonden de eerste sterren. Uit de eerste materie ontstonden zo de eerste sterrenstelsels. De zwaartekracht zorgt ervoor dat de materie in een sterrenstelsel bij elkaar gehouden wordt. Sterrenstelsels bevatten niet alleen sterren, maar alle andere objecten die je door een telescoop kunt zien, zoals sterrenhopen, planeten en nevels. Sterrenstelsels maken meestal deel uit van een groep stelsels. Zo maakt onze Melkweg, samen met de Andromedanevel deel uit van de Lokale Groep.

Er zijn verschillende soorten sterrenstelsels. Edwin Hubble heeft een overzichtelijke indeling gemaakt, om de stelsels gemakkelijk in te delen (zie afbeelding). Later is deze indeling nog verfijnt, maar we houden het voor nu bij deze typen. Allereerst zijn er de elliptische stelsels, aangeduid met “E”. E0 is bolvormig, terwijl E7 stelsels langgerekt zijn. Elliptische stelsels hebben dus de vorm van een ellips. Ook hebben zij geen spiraalarmen. In de meeste van deze stelsels heeft al een tijd geen nieuwe stervorming plaatsgevonden, de sterren die zich in een elliptisch stelsel bevinden zijn zeer oud. De meeste van deze sterrenstelsels zijn waarschijnlijk ontstaan door botsingen tussen twee spiraalstelsels. Door het samensmelten zijn ze samen een elliptisch stelsel geworden. Zo’n 80% van alle sterrenstelsels in ons heelal zijn elliptische sterrenstelsels.

Dan zijn er nog de spiraalstelsels, die aangeduid worden met “S”. Sa staat voor een stelsel met spiraalarmen die dicht rond de kern liggen, terwijl Sc stelsels losse spiraalarmen hebben. Deze stelsels hebben een verdikte kern waarin zich oude sterren bevinden. Hier vind nauwelijks nieuwe stervorming meer plaats. In de spiraalarmen bevinden zich echter veel jongere sterren en hier vind wel nog vaak stervorming plaats.

De balkspiraalstelsels worden aangeduid met “SB”. SBa stelsels hebben zo een platte schijf als kern met balkspiralen die dicht bij de kern liggen terwijl SBc stelsels veel lossere balkspiralen heeft. Deze spiraalstelsels hebben vanuit hun verdichte kern een balk dwars door de kern lopen. Aan beide uiteinden van deze balk bevinden zich de spiraalarmen. Deze balken zijn waarschijnlijk maar tijdelijk en hangt van de massa in het centrum van het sterrenstelsel af: hoe minder massa, hoe langer de balk.

Verder zijn er nog de onregelmatige sterrenstelsels: “Ir” (irregular). Deze sterrenstelsels zijn niet elliptisch van vorm, en hebben geen spiraalarmen. Een duidelijke verdikking in de kern ontbreekt eveneens. Waarschijnlijk waren de meeste onregelmatige stelsels ooit elliptisch of spiraalvormig, maar zijn zij vervormt door de zwaartekracht, wellicht door het passeren van andere sterrenstelsels.

Type.JPG

Sterrenstelsels zijn niet de gemakkelijkste objecten om waar te nemen. Om goede observaties te doen heb je al gauw een telescoop van minimaal 10 centimeter doorsnede nodig. De Andromedanevel vormt echter een uitzondering en is op donkere nachten zelfs met het blote oog te zien.


Uitgelicht[bewerken]

Andromedanevel (M31 / NGC 224)

De Andromedanevel bevindt zich in sterrenbeeld Andromeda. Het stelsel heeft dezelfde vorm als onze Melkweg en is een type Sb. De afstand tot de aarde bedraagt 2,4 tot 2,9 miljoen lichtjaar tot de aarde en dat maakt het tot het dichtstbijzijnde grote sterrenstelsel. In het midden bevindt zich wellicht een dubbele kern. Dit zou het gevolg kunnen zijn van een botsing in het verleden. Het stelsel kent twee satellietstelsels (M32 en M110): kleinere sterrenstelsels die een baan rond de Andromedanevel beschrijven.

Met een magnitude van ongeveer 4 is de Andromedanevel het enige sterrenstelsel dat onder zeer goede condities met het blote oog zichtbaar is. Maar omdat de omstandigheden in de meeste plaatsen in Nederland en België niet gunstig zijn, kun je het beste een verrekijker of kleine telescoop gebruiken om dit stelsel waar te nemen.

Andromeda.JPG


Draaikolknevel (M51 / NGC 5194)

De Draaikolknevel in sterrenbeeld Jachthonden is van type Sc en omdat we er van bovenaf tegenaan kijken een mooi voorbeeld van hoe de structuur in dergelijke spiraalstelsels eruit ziet. Er is een begeleidend satellietstelsel, bekend als NGC 5195. Beide stelsels zijn 31 miljoen lichtjaar verwijderd van de aarde.

Met een magnitude van 8 is de Draaikolknevel met een kleine telescoop zichtbaar als een wazige vlek. Met een telescoop van 10 centimeter of groter wordt de spiraalstructuur in het object zichtbaar.

Draaikolk.JPG


Bodestelsel en Sigaarstelsel (M81 / NGC 3031 en M82 / NGC 3034)

Het Bodestelsel is een spiraalvormig stelsel en bevindt zich op een afstand van 12 miljoen lichtjaar van de aarde. In 1993 werd er in dit sterrenstelsel een supernova zichtbaar die een maximale magnitude behaalde van 10,5.

Het Sigaarstelsel is een onregelmatig sterrenstelsel. In dit stelsel worden zeer veel nieuwe sterren geboren. Dit is maar liefst 10x zoveel als in een normaal stelsel. Dit wordt veroorzaakt doordat het Bodestelsel het Sigaarstelsel in het verleden zeer dicht genaderd is. De kernen van beide sterrenstelsels bevinden zich slechts 150.000 lichtjaar van elkaar verwijderd.

Beide stelsels zijn te vinden in sterrenbeeld Grote Beer. Met een magnitude van respectievelijk 6,9 en 8,4 zijn ze beide al in een kleine telescoop, onder goede condities, te zien in hetzelfde beeldveld.

Bodestelsel.JPG


Sombreronevel (M104 / NGC 4594)

De Sombreronevel dankt zijn naam aan de vorm. Doordat we van opzij tegen dit spiraalstelsel aankijken, zien we een brede bult in de kern. Rond het stelsel is tevens een heldere stofband zichtbaar. Hierdoor lijkt dit stelsel op een sombrero. Het stelsel bevindt zich op een afstand van ongeveer 50 miljoen lichtjaar en herbergt zeer veel bolvormige sterrenhopen.

Je kunt dit stelsel vinden in sterrenbeeld Maagd, en met een magnitude van ongeveer 8 is hij zichtbaar in kleine telescopen. Met grotere telescopen, met een doorsnede van minimaal 10 centimeter, zijn veel van de bolvormige sterrenhopen te zien.

Sombrero.JPG


Demelza (19 augustus 2007)