Oculairentest 25 tot 42mm (William Optics,Vixen,Pentax,OWL)

Uit Astrowiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Sinds 2001 gebruik ik een 30mm Erfle oculair in mijn 32cm Dobsontelescoop. Dit is een merkloos oculair welke ik voor 60 euro heb gekocht bij Ganymedes in Amstelveen. Deze geeft een mooi beeld en is bijna tot aan de rand scherp, maar de beeldhoek van 50 graden is naar hedendaagse maatstaven wat beperkt.

Sinds kort heb ik mijn telescoop voorzien van een 2 inch focuser. Daarmee is de weg vrij om een 2 inch breedbeeldoculair te kopen. Maar welke? Er is zoveel keus. Een belangrijke punt van aandacht is de openingsverhouding van de Dobson: die is F/4,8 hetgeen erg lichtsterk is, maar daardoor ook erg vatbaar voor optische afwijkingen in oculairen

Na lang zoeken op internet en het lezen van talloze reviews kreeg ik interesse in de 30mm van de Amerikaanse firma 1RPD. Deze heeft een beeldhoek van liefst 80 graden. Al surfend ontdekte ik dat dit oculair in diverse varianten wordt gemaakt door andere leveranciers, zoals BW-Optik, Moonfish en Knight OWL. Daarbij gaat het om dezelfde optiek in een andere behuizing.

Knightowl.jpg

Via Ebay kwam ik terecht bij OWL Services die de 30mm het voordeligste aanbood: 74 dollar en 14,50 dollar verzendkosten. Na 5 weken wachten bracht de postbode het pakketje uit de USA. Dat was wel even slikken, want er moest eerst nog 24 euro extra aan de postbode worden betaald (BTW en inklaringskosten). De volgende tegenvaller kwam toen het pakket werd geopend: OWL had geen 30mm maar een 15mm oculair opgestuurd. Toch kon ik het niet laten het oculair te testen op de Orionnevel. Dat was meteen de derde tegenvaller die dag: een scherp centrum maar net daarbuiten begon de wazigheid al. Verder naar de rand kijken werd al snel problematisch: je moet je hoornvlies bijkans òp tegen het glas drukken en je oogspieren aanspannen om de rand van het beeldveld te kunnen zien. En die rand van het beeldveld is geen mooie scherpe cirkel, maar een wazige overgang naar het donker. Het enige pluspunt dat ik kon ontdekken was dat de contrastweergave van het oculair opvallend goed was. Ik heb OWL per email laten weten wat er mis is gegaan. Dit hebben zij keurig opgelost: ik kreeg de keuze om het oculair tegen bodemprijs te behouden of anders op hun kosten te retourneren.

In de tussentijd was ik echter zeer geïnteresseerd geraakt in een ander type oculair. Onlangs kon ik een William Optics SWAN 40mm uitproberen en dat beviel mij erg goed: SWAN staat voor Super Wide Angle en dat is het zeker: een enorme beeldcirkel van 72 graden. De inkijk was erg comfortabel en de scherpte was ook opvallend goed. Wel was het beeld van nevelobjecten een beetje flets vergeleken met sterkere vergrotingen. Daarom viel mijn keuze op de SWAN 33mm. Een iets sterkere vergroting, maar toch een groot beeldveld. Op internet had iemand al eens geroepen dat de William Optics 33 de beste uit de SWAN-serie was.

Woswan.jpg

Helaas was de SWAN33 niet op voorraad bij Ganymedes en zou pas in mei leverbaar zijn. Maar zolang kan ik nu niet meer wachten! Ik ben er nu al zo´n tijd mee bezig: ik wil, nee, MOET zo snel mogelijk een oculair hebben. Liefst ogenblikkelijk! Ganymedes had wel de SWAN40 op de plank liggen en wel de nieuwere versie met een 72 graden beeldhoek (de oudere versie is 70 graden). Maar ja: dat mindere contrast hè… Daarover bleef ik twijfelen.

Ik besloot eerst zelf de proef op de som te nemen. Via twee vrienden en de lokale sterrenwacht kreeg ik de mogelijkheid om vier verschillende groothoekoculairen te testen: Vixen LVW 42mm, Pentax 30mm XW, William Optics SWAN 40mm en William Optics SWAN 25mm. De test is uitgevoerd op zaterdag 11 maart: het was geen goede sterrenkijkavond: de bijna volle maan stond hoog aan de hemel en de combinatie met heiige bewolking gaf dat de hemel egaal grijsverlicht was. Deep Sky objecten zoals M51 waren zelfs in de 32cm kijker nagenoeg onzichtbaar. Alleen de compacte M94 was het enige nevelobject dat goed zichtbaar was in de geteste oculairen.

Hier mijn bevindingen:

Mijn oude 30mm Erfle: prijs 60 euro Een 1,25” vatting. Beeldhoek is 50 graden. Het beeld is goed scherp tot bijna aan de rand van het beeld. Maar ja: met een kleine beeldhoek van 50 graden is die uithoek snel bereikt…. Vergeleken met de andere oculairen heb je hier echt een smalle tunnelblik.


William Optics 40mm: prijs 120 euro Een flink oculair, langer dan een colablikje, en zwaarder. Na het Erfle-oculair is dit een grote schok: de beeldhoek lijkt wel drie keer zo groot! Desondanks is de grote beeldcirkel in één oogopslag te zien. De inkijk is erg prettig. Je plaatst het oog achter de lens en je hebt gelijk beeld. De afstand tussen oog en oculair moet niet te groot zijn. De ideale positie is om je oogkas lichtjes tegen de rubberring te drukken. Een bijkomend voordeel is dan dat je de telescoop kan “sturen” met hulp van je gezicht. Ik heb begrepen van brildragers dat deze korte afstand geen problemen geeft. Als de oogafstand groter wordt, ontstaat er al snel “uitdoving” aan de rand, waarbij plotseling een vage donkere binnenring verschijnt en al snel het beeld zwart wordt.

De axiale scherpte is erg goed. Zo goed zelfs, dat sterbeeldjes van zwakke sterren zo miniem zijn dat ze te pieterpeuterig worden om duidelijk te zien. Tenminste; dat is mijn gevoel. Als een ster van het centrum naar buiten wordt bewogen blijft deze scherp tot halverwege. Vanaf R=0,5 begint enige onscherpte zichtbaar te worden. Op R=0,8 wordt de onscherpte en de kleurfout dusdanig dat het sterbeeldje vervormd tot een kleine zeemeeuw (“seagull”). Dit is enigszins weg te focussen. Kleurweergave is wat gelig/oranje. Met een prijs van 120 euro is dit oculair zeer betaalbaar, zeker als je kijkt naar de volgende twee oculairen:

Vixen LVW 42mm prijs 380 euro Het volgende colablikje is het grote Vixenoculair van Norbert. De inkijk is nog indrukwekkender dan de SWAN. Het lijkt wel alsof dit oculair een nog grotere beeldhoek heeft. Dat is niet zo, maar gevoelsmatig is dit de eerste indruk. Het contrast is denk ik hoger dan de William Optics, waardoor het beeld nog mooier oogt. De axiale scherpte is zeer goed tot R=0,6 dus iets beter dan de SWAN. Maar de seagulls zijn net als de SWAN al zichtbaar vanaf R=0,8. Die zijn ook niet weg te focussen. (dat kon bij de SWAN wel vrij goed). Het oculair geeft geen merkbare verkleuring. Dit draagt bij aan het hogere contrast. Kortom: contrast beter, maar wel gelijke mate van randonscherpte in de snelle Dobson. Maar in de minder snelle Celestron C8 is van randonscherpte niets te merken en geeft het oculair volledig scherpe beelden.

Pentax 30mm XW prijs 540 euro Allemachtig, denk je als je dit loeder uit de kist tilt. Ja tillen, want 788 gr is wel erg veel voor een oculair. Dit is het enige oculair waarbij de dobson uit balans raakt. De “bovenbouw” van dit oculair is het formaat grote lompe jampot. Maar wel een jampot met een prachtig geslepen glazen bodem. Het is even zoeken totdat je oog de juiste afstand heeft gevonden. Een prachtig beeld is echter je beloning. Overal zijn de sterren prachtig scherp. Pas op R=0,8 beginnen de sterbeeldjes iets minder puntvormig te worden. Maar naarmate een ster nog dichter bij de rand komt, verslechtert dit niet. De sterren werden zelfs op de rand niet vervormd door onscherpte. Het beeld is door de sterkere vergroting wat donkerder wat ook een hoger contrast geeft. Duidelijk is dat de Pentax iets zwakkere sterren laat zien dan de William Optics.

Pentaxw.jpg

Nog even over het inkijkcomfort. Zoals gezegd is de oogafstand vrij groot. Het vereist enige oefening om deze afstand te handhaven. Bij de William Optics 40 en de Vixen is dit eenvoudiger omdat je oogkas contact houdt met het oculair (de oculairlens ligt dieper in de vatting). Bij de Pentax moet je oog ca 20mm boven de lens blijven zweven (het oculair heeft geen verdiepte lens en geen rubberring). Dit beschouw ik als een klein nadeel van de Pentax. Echter: Nop vertelde mij later dat de Pentax een verstelbare buitenring heeft waarmee deze afstand naar voorkeur is in te stellen.

Wat betreft de uitdoving: als de oogafstand te groot wordt, begint heel geleidelijk de beelduitdoving. Doordat dit geleidelijk gaat is het eenvoudig om de oogafstand tijdig te corrigeren. Conclusie: een lomp oculair dat werkelijk prachtig scherpe contrastrijke beelden geeft, ook in een snelle telescoop.


William Optics SWAN 25mm. Prijs 100 euro Als extraatje is ook de 25mm uit de SWAN-serie getest. Dit was om te bekijken in hoeverre het contrast verbeterde ten opzichte van de SWAN 40, vanwege de sterkere vergroting. Welnu: het beeld werd iets donkerder, maar het contrast werd nauwelijks beter. Bovendien was de randonscherpte sterker dan bij de 40mm! Dit verbaast mij, want een 25mm met kleiner beeldveld zou optisch toch makkelijker te corrigeren moeten zijn dan het grote beeldveld in een 40mm? Zeker bij een snelle telescoop. Maar de test was onverbiddelijk: al op R=0,4 begon een lichte onscherpte en op 0,7 vlogen de “seagulls” je al tegemoet. Bovendien zijn deze zeemeeuwen in dit oculair niet weg te focussen. Voor de rest heeft het oculair gelijke eigenschappen wat betreft inkijkcomfort, uitdoving en verkleuring. De verrassende uitkomst is dus dat de SWAN 40 beter is dan de SWAN 25.

Eindoordeel: Ondanks de geweldige prestaties van de Pentax gaat mijn voorkeur uit naar de William Optics SWAN 40 vanwege de uiterst concurrerende prijs. Voor 120 euro heb je een oculair met een grote beeldhoek, een zeer goed inkijkcomfort en scherpe beelden. Kleine nadelen zijn enige randonscherpte en een iets minder contrastrijk beeld.

Tot op de dag van vandaag is de 40mm een favoriet van me en gebruik ik hem vaker dan ik had gedacht. Het beeldveld is enorm: in de 32cm Newton is dat bijna 2 graden! Ideaal voor starhopping en voor uitgestrekte objecten.

Auteur: Harro Treur