Jupiter

Uit Astrowiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Jupiter.JPG

Jupiter, (Zeus in het Grieks) de vijfde planeet vanaf de zon, is veruit de grootste planeet van ons zonnestelsel. Zijn diameter bedraagt maar liefst 142.984 kilometer. Zijn gemiddelde afstand tot de zon is 778.330.000 kilometer en hij doet er 11,86 jaar over om een rondje rond de zon te maken. Een dag op Jupiter is erg kort en duurt slechts 9,84 uur. Ook is het er ijzig koud: gemiddeld -121 graden Celcius.


Jupiter heeft ongeveer de maximum grootte die een planeet kan bereiken. Als hij 13 keer groter zou zijn, zou het een bruine dwerg zijn geweest. 100 Keer groter en we zouden 2 sterren in ons zonnestelsel hebben gehad.


De planeet is zwaarder dan alle planeten uit ons zonnestelsel samen. Hierdoor stabiliseert hij de planetoïdengordel en vangt potentieel gevaarlijke objecten in. Zonder de aanwezigheid van Jupiter zou het leven op aarde nauwelijks mogelijk zijn, omdat er regelmatig zeer grote inslagen op onze planeet zouden zijn die het leven zouden bemoeilijken. Hierdoor denken sterrenkundigen dat de aanwezigheid van een soortgelijke planeet in een ander sterrenstelsel een voorwaarde is voor het ontstaan van leven op andere planeten. In 1994 botste de uiteengevallen komeet Shoemaker-Levy met Jupiter. Dit was de eerste keer dat een botsing tussen hemellichamen direct werd waargenomen. Men had niet verwacht dat de gevolgen zo desastreus zouden zijn en nog zolang zichtbaar.


Opbouw en samenstelling[bewerken]

Jupiter is een gasplaneet. Dat wilt zeggen dat hij geen vast oppervlak heeft. Zijn kern is wel vast en bestaat uit gesmolten gesteenten die 10 tot 15 aardmassa’s bedraagt. De temperatuur in het binnenste is verschroeiend en kan oplopen tot zo’n 24.000 graden Celcius. Deze intense hitte wordt veroorzaakt door de langzame, samentrekking van de planeet die wordt veroorzaakt door de grote zwaartekracht. Vlak boven de kern bevindt zich vloeibaar, metalische waterstof. Het gas wordt dichter naarmate je dieper de planeet in gaat en bestaat uit ongeveer 90% waterstof en 10% helium. Ook zijn er sporen van ammoniak, methaan en water.


De planeet zendt meer energie uit dan hij ontvangt van de zon. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt door convectie of het is een overblijfsel uit de ontstaanstijd van Jupiter. Zijn magnetisch veld is vele malen groter dan dat van onze aarde. Zijn magnetosfeer, die niet sferisch is, reikt tot 650 miljoen kilometer, tot buiten de baan van Saturnus.


Waarschijnlijk kent Jupiter drie wolkenlagen die bestaan uit een mengeling van water en ijs, ammoniakijs en ammoniakwaterstofsulfide. De kleuren die te zien zijn komen overeen met de hoogte van de wolken. Blauwe kleuren zijn wolken die zich het laagst bevinden. Bruin / witte kleuren zijn wolken die zich in de middelste wolkenlaag bevinden en roodachtige kleuren zijn afkomstig van de hoogste wolkenlaag. Er zijn duidelijk gekleurde banden zichtbaar. De donkere banden worden gordels genoemd en de lichtere banden, zones.


Net ten zuiden van de evenaar bevindt zich een grote, ovale vlek: de Grote Rode Vlek (GRV). Dit is een anti-cycloon (hogedrukgebied) die al meer dan 300 jaar aanwezig is. Deze anti-cycloon is zo groot dat de aarde er twee keer in zou passen. Er zijn hoge windsnelheden die ontstaan door de turbulente atmosfeer en worden aangedreven door de interne hittebron.


Manen en ringenstelsel[bewerken]

De gasplaneet kent minimaal 63 manen die bijna allemaal genoemd zijn naar figuren uit het leven van Zeus. De bekendste manen Io, Ganymedes, Europa en Callisto (de Galileïsche manen) zijn ontdekt door Galileo in 1610. Deze ontdekking was een stap in de richting van de heliocentrische theorie over de beweging van planeten van Copernicus. Galileo ondersteunde de theorie van Copernicus in het openbaar waarna hij vervolgt werd en verplicht werd de theorie af te zweren. Als gevolg van de getijdenwerking van de Galileïsche manen is de aswenteling van Jupiter vertraagd en als gevolg daarvan verwijderen de vier manen zich van de planeet.

Jupiter2.JPG


Jupiter kent ook een ringenstelsel die veel smaller is dan de bekende ringen van Saturnus. Zijn ringen zijn samengesteld uit stof en ijsdeeltjes en hebben een donkere kleur (albedo: 0,5). Door de atmosferische en magnetische druk verdwijnen de ringen snel. Ze zijn echter wel van blijvende aard, omdat de ringen zichzelf steeds opnieuw aanvullen. Het ringenstelsel kent drie ringen: de buitenste ring (1979 J2R), de middelste ring (1979 J3R) en de binnenste ring (1979 J1R). Deze laatste is 22.000 kilometer breed.

Jupiter3.JPG


Ruimtevaart[bewerken]

Jupiter is regelmatig bezocht door ruimtesondes. De eerste die langs de planeet vloog was de Pioneer 10 die gelanceerd werd in 1972. Hij passeerde op een afstand van 130.000 kilometer van de wolkenbanden en stuurde close-ups terug naar de aarde. Ook de Pioneer 11 (gelanceerd is 1973) passeerde de planeet. Deze sonde kwam echter een stuk dichter bij de planeet dan zijn voorganger. Hij passeerde de wolkenbanden op 43.000 kilometer afstand. In 1977 werden de Voyager 1 en 2 gelanceerd die beiden foto’s namen. Deze sondes ontdekten het ringenstelsel en het vulkanisme op Io. De Galileosonde is van meer recenter datum en bestond uit twee onderdelen: een sonde en een orbiter. De sonde werd losgelaten boven de planeet en dook door het wolkendek. Door de druk en intense hitte werd het contact al snel verbroken. De orbiter heeft ons veel geleerd. Onder andere werd er lava op Io en een oceaan onder het oppervlakte van Europa ontdekt.


Jupiter is na Venus, de maan en de zon het helderste object aan de hemel. Met een goede verrekijker zijn de vier Galileïsche manen zichtbaar. Met een kleine telescoop zijn zelfs de GRV en de wolkenbanden duidelijk te onderscheiden.


Demelza Ramakers (24 november 2006)