Het ontstaan van het heelal

Uit Astrowiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Omtrent de oerknal bestaat veel onduidelijkheid. Niemand weet of de oerknal daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, wat er toen gebeurde en hoe de oerknal tot stand kwam. Er bestaan diverse theorieën over de ontstaanswijze van ons universum, maar de huidige theorieën wijzen erop dat de oerknal de meest waarschijnlijke is.


Volgens de huidige metingen is ons heelal 13,7 miljard jaar geleden ontstaan. Hier ga ik voor het gemak dan ook maar even vanuit. Men is erin geslaagd de ‘kosmische film’ terug te draaien tot 2 seconden na de oerknal, verder is het ze tot dusver niet gelukt. Over de eerste twee seconden van de geboorte van ons heelal, weten we dus nagenoeg niks. Ook over de oorzaak is vrij weinig bekent. Zolang wij niet helemaal terug kunnen gaan naar het allereerste begin, tasten we in het duister en zijn we aangewezen op theorieën.

2nd big bang.jpg


Branen[bewerken]

Een mogelijke oorzaak van de oerknal zou een botsing tussen zogenaamde branen kunnen zijn. Dit zou meteen verklaren waar de materie vandaan kwam. Branen kunnen (potentiële) universa zijn en bevinden zich in een multiversum. Het is moeilijk je zoiets voor te stellen, maar je zou branen kunnen vergelijken met sperziebonen. In die “bonen” zitten zaden, die de branen (universa) voorstellen. Deze branen zouden onderling kunnen botsen waarbij ze energie overdragen en zo kunnen de universa onderling groeien en krimpen. Als een botsing hard genoeg gebeurt, zou er een nieuw universum geboren kunnen worden, door middel van een oerknal.

QAIYKF.jpg


Botsende branen hoeven niet per definitie een nieuw heelal te vormen. Ze kunnen in alle denkbare soorten aanwezig zijn. Van piepkleine heelalletjes tot ‘oneindig’ grote reuzen-heelallen. Maar, de kans dat er een vergelijkbaar heelal ontstaat is erg klein. Denk je maar eens in: als er ietsje meer anti-materie ontstaan was tijdens de oerknal, dan waren wij er niet geweest. De kans is dus minimaal, maar we praatten over een ruimte die zo ontzettend groot is, dat zelfs de dingen met de kleinste kans voor zullen komen. Zoals ons heelal zouden er ontelbaar veel kunnen zijn, maar er zijn er nog veel en veel meer die niet te vergelijken zijn met het onze.


Vroeger dacht men dat er niets buiten de aarde was. Toen dachten ze dat het ophield na ons zonnestelsel. Daarna kwam de melkweg en nu ons heelal. Dus waarom zou er buiten het heelal niets meer zijn?


Was het heelal er altijd al?[bewerken]

Men heeft het er vaak over dat ruimte en tijd tijdens de oerknal begonnen. Dit hoeft echter niet zo te zijn. Ruimte en tijd hadden er al kunnen zijn, als een ‘oneindig’ iets. Dan krijg je het volgende: er kan dan niet 1 plaats geweest zijn waar de oerknal plaats heeft gevonden. Je zou geen plek kunnen aanwijzen van: daar ontstond het allemaal. De oerknal zou overal in de ruimte plaatsgevonden hebben als ruimte en tijd inderdaad al bestonden.


Cyclus?[bewerken]

Een andere mogelijkheid is dat het heelal er altijd al is geweest. Dat het een eeuwige cyclus is van iets dat uitdijt en krimpt, uitdijt en weer krimpt. Bij het uitdijen vormt zich de materie zoals we die kennen. Vervolgens ontstaan er sterren, sterrenstelsels enzovoorts. De materie raakt steeds verder verspreid over het uitdijende heelal waarna uiteindelijk sterren sterven en er geen nieuwe meer ontstaan doordat de materie verspreidt is over het immens grote heelal.


Ook over wat er dan gebeurt bestaan verschillende theorieën. De uitdijing zal bijvoorbeeld eeuwig doorgaan waarbij het heelal ‘leeg’ is (en wellicht zal ‘scheuren’), omdat de materie te verspreid is om nieuwe hemellichamen te kunnen vormen. Een andere theorie beweert dat de uitdijing zal stoppen en niet meer krimpt of groter wordt.


En nog een andere theorie zegt dat er uiteindelijk een einde komt aan de uitdijing, waarna het heelal weer gaat krimpen. Zie dit als het tegenovergestelde van wat er gebeurt tijdens de uitdijing: materie komt weer dichter bij elkaar waarbij zich sterren zullen vormen. Het heelal wordt heter en heter terwijl het dichter naar elkaar toe komt. Uiteindelijk wordt het zo heet dat materie ‘verdwijnt’ en het heelal ondoorzichtig wordt en het hele proces zal eindigen in een omgekeerde oerknal.

256px-Big crunch.png


Tijdens de oerknal kwam er zoveel energie vrij dat de temperatuur ontzettend hoog opliep en de dingen zich niet gedroegen zoals ze zich behoren te gedragen. Een simpel voorbeeld. Stel, je hebt nog nooit van water of waterijs gehoord en je krijg twee glazen. In 1 glas zit ijs, in het andere water. Je zou nooit, zonder hulpmiddelen, erachter kunnen komen dat het om dezelfde stof gaat. Water kent dus vele verschijningsvormen (vast, vloeibaar en gasvormig) die niet op elkaar lijken. Zo zal dat ook zijn met de velden (zwaartekracht etc.), de materie enzovoorts kunnen zijn gebeurt in die eerste seconden van de geboorte van ons heelal. Niet zoals water van uiterlijk kan veranderen natuurlijk, maar het is ermee te vergelijken. Juist omdat het heelal in die eerste 2 seconden zo gruwelijk heet was, kan men er tot dusver niet achterkomen wat er gebeurt is. Na de afkoeling begon het heelal uit te dijen en ontstond de materie en uiteindelijk het heelal zoals wij dat kennen.


Demelza Ramakers (12 mei 2007)