Complex buitenaards leven

Uit Astrowiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding[bewerken]

Veel mensen zien in Venus een UFO. Dit komt omdat Venus soms erg helder is, en mensen het niet gewend zijn om zo'n helder object aan de hemel te zien staan. Het is niet alleen de planeet Venus die wel eens voor een UFO gehouden wordt, maar er zijn zeer veel verschijningen die verklaard kunnen worden. Enkele voorbeelden hiervan zijn: bijzonnen, halo's, weerballonnen, condenssporen van vliegtuigen, vreemd gevormde wolken, heldere planeten, meteoren en kometen, vuurbollen, satellieten, lichtende nachtwolken, reflecties van autokoplampen, laserbundels van discotheken etc.

Veel foto's van UFO's bleken trucagefoto's te zijn. Er zijn er in de loop van de jaren al heel wat ontdekt. Ook de beschrijving van aliens die mensen ontvoerd zouden hebben lijken allemaal op elkaar. Altijd gaat het om kleine wezens met grote ogen, omhuld in een mysterieus licht. Carl Sagan heeft er ooit op gewezen dat die kleine, mysterieuze aliens ook wel lijken op de vroegere beschrijvingen van engelen en Mariaverschijningen. Deze verschijningen kwamen ook uit de hemel en straalden een mystiek licht uit. Wat Sagan hiermee bedoelt, is dat de menselijke geest in bepaalde omstandigheden een ervaring kan ondergaan die wij ons later herinneren als de ontmoeting met een buitenaards of bovennatuurlijk wezen.

Weatherballoon1.JPG

Buitenaards bezoek[bewerken]

De sterren in ons Melkwegstelsel staan te ver weg uit elkaar om reizen tussen zonnestelsels mogelijk te maken. Het is mogelijk, maar niet praktisch. Geen enkel ruimteschip kan sneller reizen dan het licht. Dat is nu eenmaal de natuurwet en heeft niks met technologie te maken. Ons eigen Melkwegstelsel heeft een middellijn van ongeveer 70.000 lichtjaar, dus zelfs als je met de snelheid van het licht zou reizen, zou je er 70.000 jaar over doen om van de ene kant naar de andere te reizen. Natuurlijk zijn er ook sterren die een stuk dichterbij staan, maar dan nog zou je er tientallen of honderden lichtjaren over doen om daar naar toe te reizen. Het kost zo onvoorstelbaar veel tijd dat het praktisch onmogelijk is. Zo'n onderneming zet je niet zomaar op voor een snel bezoekje aan de aarde. Als buitenaardse beschavingen al over een techniek zouden beschikken om met de lichtsnelheid te reizen, dan zouden ze ondertussen het Melkwegstelsel gekoloniseerd moeten hebben, en dan hadden wij dat allang moeten merken.


Voorwaarden voor leven[bewerken]

Sterren[bewerken]

De planeet moet zich bevinden in de bewoonbare zone van zijn moederster. Bij voorkeur moet deze op onze zon lijken. Reuzensterren leven namelijk te kort en dwergsterren zijn te onvoorspelbaar. Als onze zon een veranderlijke ster was geweest, zou er waarschijnlijk nooit leven op aarde zijn ontstaan. Als dat al wel het geval was, zou het onwaarschijnlijk zijn dat de evolutie echt op gang was gekomen. Ook bij rode dwergsterren is waarschijnlijk geen leven mogelijk. Deze sterren hebben meestal een veranderlijke helderheid. Ze vertonen ook krachtige uitbarstingen van zichtbaar licht en röntgenstraling. Hete sterren leven maar heel kort. Maximaal een paar honderd miljoen jaar. Dat is niet genoeg voor de evolutie van de complexe organismen zoals we die hier op aarde kennen.

De moederster moet een hoog metaalgehalte (elementen die zwaarder zijn dan helium en waterstof) hebben. Sterren die namelijk (bijna) alleen maar uit helium en waterstof bestaan bevatten te weinig bouwstoffen voor de vorming van een aardachtige planeet.

Exoplanet-taubootis-hardy2.jpg


Jupiter-achtige planeten[bewerken]

De meeste exoplaneten die tot nu toe gevonden zijn, zijn minstens zo zwaar als Jupiter die een merkwaardige baan beschrijven rond hun moederster. Deze banen zijn of heel langgerekt, of heel erg klein. Alles wijst erop dat deze planeten op een grotere afstand van hun ster zijn ontstaan, en later naar binnen zijn gespiraliseerd. Als dat inderdaad het geval was, zijn aardse planeten daar de dupe van geworden. Die werden het stelsel uit geslingerd door de reuzenplaneet, of kwamen in de ster zelf terecht.

Er is berekend dat een planetenstelsel met 2 Jupiter-achtige reuzen bijna niet stabiel kan blijven. De zwaartekrachtswerking onderling is dan zo enorm sterk dat de planeetbanen volledig verstoord raken. Dat zou betekenen dat de ene planeet de ruimte in zou vliegen, en de andere planeet in een kleine, langgerekte baan terechtkomt of heel dicht bij de ster eindigt.

Maar zonder Jupiter was er ook geen complex leven mogelijk op aarde. Zware inslagen komen gelukkig maar zelden voor. Gemiddeld ongeveer eens in de 100 miljoen jaar. Als Jupiter er niet zou zijn, zou die inslagfrequentie veel hoger liggen dan nu het geval is. Er zou dan elke één miljoen jaar een wereldwijde ramp plaatsvinden. De evolutie van hogere levensvormen krijgt dan natuurlijk geen kans. Dankzij de zwaartekrachtsstoringen van Jupiter zijn de meeste kometen vroeger het zonnestelsel uit geslingerd. Als dat niet gebeurd zou zijn, zou de inslagfrequentie op aarde 100 x hoger zijn dan nu het geval is.


Maan[bewerken]

Waarschijnlijk is een relatief grote maan ook een vereiste voor de ontwikkeling van hogere levensvormen. Zonder de maan zou de aarde geen magnetisch veld hebben en kosmische straling zou dan vrij spel hebben. Ook heeft de maan een stabiliserende invloed op de draaiingsas van de aarde. Als de maan er niet was zou de aarde enorme schommelingen te zien geven. Dat zou grote klimaatveranderingen teweegbrengen. Ook dan krijgt de evolutie weinig kans.

Aarde maan.JPG


Bewoonbare zone[bewerken]

Rond de kern van een sterrenstelsel ligt een zogenaamde bewoonbare zone. Op een planeet die zich binnen of buiten deze galactische zone bevindt, zouden zeer waarschijnlijk nooit hogere levensvormen ontstaan. Dit komt omdat de wolk waaruit de ster geboren wordt veel zware metalen moet bevatten. Als dit niet het geval is zijn er onvoldoende bouwstoffen voor de vorming van aardse planeten.

In de buitendelen van het stelsel is het metaalgehalte veel kleiner dan in de binnendelen. In de buitendelen komen dus minder aardachtige planeten voor dan in de binnendelen. Je moet ook niet te dicht bij het centrum van het sterrenstelsel zitten omdat daar veel meer zware sterren voorkomen, en dus ook veel meer supernova-explosies en andere energierijke verschijnselen.

De meeste sterrenstelsels bezitten ook nog eens een enorm zwart gat in de kern. Deze superzware zwarte gaten vertonen regelmatig gigantische uitbarstingen van radio- en röntgenstraling.


Tot slot[bewerken]

De kans dat er elders in het heelal intelligente beschavingen die ook nog eens zelfbewustzijn hebben ontwikkeld, is ontstaan is uiterst klein. Kijk maar eens naar ons zelf: als er 65 miljoen jaar geleden geen planetoïde de aarde had getroffen, was de kans groot geweest dat de dinosaurussen hier nog altijd rondwandelden. Dan had de mensheid de kans niet gehad zich te ontwikkelen. Misschien zijn zelfbewustzijn en intelligentie niet eens een eigenschap die zich altijd ontwikkeld, maar is dat bij ons mensen toeval geweest.

Maar per slot van rekening is het heelal zo uitgestrekt in zowel ruimte als tijd dat zelfs de allerzeldzaamste gebeurtenissen nooit maar een keer plaatsvinden…


Demelza Ramakers (15 november 2006)