Astro Tech AT65EDQ 65mm F/6.5 Quadruplet astrograaf

Uit Astrowiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding[bewerken]

De Astro Tech Quadruplet is een 65mm f/6.5 kijker speciaal ontwikkeld voor fotografie. Vier lenzen, vlak beeldveld, gaat er een lichtje branden? Als je geen TAK FSQ kan veroorloven, is dit dan een alternatief? Op stargazers lounge zijn er geluiden te horen dat deze kijker slecht gecollimeerd is, en last heeft van pinched optics. Wat is de performance van deze kijker? Met behulp van eenvoudige tests tijdens een regenachtige vakantie op een camping een indicatie.

Test 1: chromatische aberratie[bewerken]

Proefopstelling: een boom op 40 meter afstand tegen een witte lucht

Ca proefopstelling.jpg

Een uitsnede van de bovenste takken van de boom rechts van het midden. opgenomen door de quadruplet:

Ca test.jpg

De uitvergroting laat geen blauwzweem zien:

Ca test2.jpg

Conclusie: Geen tot weinig chromatische aberratie.

Test 2: collimatie & pinched optics[bewerken]

Proefopstelling: Op een tafel op 100 passen afstand (=100m +/- 15m) een kunstmatige ster met een diameter van 0,25mm geplaatst.

Opnames gemaakt waarbij de sensor voorbij het beeldvlak is gedefocussed, en vervolgens voor het beeldvlak is gedefocussed. Als de afbeeldingen die uit focus zijn ronde patronen vertonen, dan is er geen sprake van miscollimatie.

Het patroon vlak achter het beeldvlak toont een iets afgeplat beeld:

Coll achterbeeldvlak.jpg

en na het beeldvlak:

Coll voorbeeldvlak.jpg


Mijn conclusie is dat er geen sprake is van miscollimatie. De onrondheid van de (onbewerkte) eerste afbeelding kan ik niet interpreteren.

Test 3: Scheidend vermogen[bewerken]

Astro Tech geeft aan dat het scheidend vermogen 1,78 boogseconden bedraagt. Over het meten van het oplossend vermogen zijn hele boeken over volgeschreven. De gehanteerde definitie is: Het scheidend vermogen is de minimale booghoek van de kleinst waarneembare details. Als er een raster net zichtbaar is met een dichtheid van x zwarte strepen per cm, dan is de beeldhoek TANH(1/2x)/Afstand {kijker-Raster}. De factor 2 wordt gehanteerd vanwege het feit dat x zwarte streepjes gepaard gaan met eveneens x witte tussenruimten, oftewel er worden feitelijk 2*x witte- en zwarte streepjes.

Proefopstelling: Normaliter kunnen dubbelsterren met een bekende afstand in boogseconden worden gebruikt als testbasis. Het is echter al een week bewolkt weer, en we moeten het doen met een "camping meetbank". Er is een zwart/wit streepjespatroon gebruikt die vrij op internet te downloaden is. Dit patroon verloopt naar een steeds hoger aantal zwarte streepjes per centimeter. Het patroon heb is op een tablet geladen en de oorspronkelijk witte achtergrond heb sk met photoshop rood, groen, blauw gemaakt. Op deze wijze kunnen er verschillen tussen het oplossend vermogen gemeten worden bij verschillende primaire kleuren. De onbewerkte resultaten zijn opgenomen met een EOS 550D, met een APS-C beeldsensor, pixelgrootte 4,3µm

De tablet hanteert natuurlijk een afbeeldingsmaatstaf. Met behulp van een meetlint is de zaak geijkt. Zo blijkt bijvoorbeeld de interval van 70 - 100 (=30 zwarte streepjes) een afstand van 2,8 cm te omspannen. Door het midden van de interval te nemen (85) blijkt de gemiddelde lijndichtheid dus 10,7 zwarte streepjes/cm te zijn, oftewel het getal wat zichtbaar is op de tablet moet men delen door 85/10,7=7,9. Ijking op intervallen 10-15, 20-30, 50-70, en 70-100 levert een gemiddelde omrekenfactor van 8,05 op. De spreiding valt mee: De kleinste waarde van de omrekenfactor is 7,8 - de grootste waarde bedraagt 8,25.

De tablet is in een doos geplaatst, om reflecties te beperken - wat slechts ten dele gelukt is. Dit heeft gevolgen voor de afleesnauwkeurigheid. De afstand bedraagt 99 grote stappen = 99 meter +/10 meter (aanname). Gecombineerd met de geschatte afleesonnauwkeurigheid van de rasters van +/- 3 is er sprake van een meet nauwkeurigheid van ongeveer 0,5 boogseconden

Per kleur (R-G-B) zijn twee opnames gemaakt: een met de tablet in het centrum (C) en een in de linkerbovenhoek (H) Dus in de onderstaande tabelk betekent "rh": gemeten oplossend vermogen van rode matrix in de hoek. Er wordt scherpgesteld in het centrum op groen, en er wordt bij het meten bij andere kleuren NIET tussentijds scherpgesteld.

Waargenomen oplossend vermogen in boogseconden:

Gelezen waarde Openingshoek (boogsec) Opmerking
38 2,21 gc
37 2,27 gh
36 2,33 rc
34 2,45 rh
39 2,15 bc
34 2,45 bh

De beelden van de tablet op 99m +/- 10m afstand zijn hier onbewerkt weergegeven om een indruk te krijgen van wat er achter de cijfers schuil gaat:

Groen - centrum:

Sv gc.jpg

Groen - hoek:

Sv gh.jpg

Rood - centrum:

Sv rc.jpg

Rood - hoek:

Sv rh.jpg

Blauw - centrum:

Sv bc.jpg

Blauw - hoek:

Sv bh.jpg



Conclusie: Het gemeten scheidend vermogen in de hoeken blijft sterk achter bij de waarden in het centrum (10% minder - maar kijk eens naar de beelden!!). Het oplossend vermogen bij rood en blauw is uidelijk minder dan bij groen het geval is, met name rood blijft achter. In het centrum is het scheidend vermogen ongeveer 2,3 +/- 0,5 boogseconden, hetgeen lager is dan de opgegeven 1,78 boogseconden. Gegeven de maximale seeing waarden van de atmosfeer in deze contreien (max. waarneembare resolutie van 2..3 boogseconden) lijkt dit geen belemmering te zijn. Het is bekend dat de FSQ serie van Takahashi (bijna) het theoretische maximale oplossend vermogen weet te behalen (FSQ 85: 1,5 boogseconden). De quadruplet is zeker geen TAK killer - de vraag is of dit ook zichtbaar is? ik ben benieuwd naar de ervaringen van de experts.

Test 4: Doorhanging focusser[bewerken]

Opstelling: De kijker is in een montering geplaatst, en op een zijpaneel van de caravan gericht, op een afstand van 4,2 meter. Het 1.25 inzetstuk is uit de kijker verwijderd, en hiervoor in de plaats is een Howie Glatter collimatielaser ingestoken. De focusser is geheel uitgedraaid (6 cm). Het telescoophuis is met de hand met lichte druk omhoog gedraaid om speling in de montering te elimineren. Vervolgens is een kunststof melkfles met 3 pints water, dus een massa van ruim 1,6 kg gehangen aan het uiteinde van de focusser.

Dh onbelast.jpg

Dh belast1.jpg



Vervolgens is de verschuiving van de lichtvlek gemeten (0,9 cm). Eenvoudige goniometrie levert een torsie/kanteling van 0,12 graden

Conclusie: Bij een belasting van de volledig uitgedraaide focusser met ruim 1,6 kg is er sprake van een maximale torsie/kanteling van 0,12 graden. Dit zal waarschijnlijk minder zijn, omdat eveneens de elasticiteit van de montering is meegenomen in de meting. Dit lijkt een prima waarde.

Resumerend[bewerken]

De kijker is zeer solide uitgevoerd. Chromatische aberratie is nauwelijks waarneembaar, en geluiden over miscollimatie lijken bij het geteste exemplaar niet aan de orde. Het oplossend vermogen neemt snel af aan de randen van het beeldveld (APS-C formaat). Geen TAK killer qua optiek, maar zeer goed bruikbaar voor 1/8e van de prijs van een complete FSQ85.